Home
 

Tweetaligheid: wat is het?

[title]

 “Een vreemde taal kennen, is de zijne verrijken” (Aragon)

Het tweetalig opvoeden van kinderen en - daarmee gepaard gaand - het grootbrengen van kinderen tussen twee culturen is zeker een grote rijkdom voor hen. Indien uiteraard aan een aantal voorwaarden wordt voldaan.

Het is zeer belangrijk dat de beide ouders hun eigen taal steeds consequent spreken tegen de kinderen en niet geregeld overspringen naar de taal van de partner of een andere taal, en dit vanaf de geboorte. Best worden hierover op voorhand duidelijke afspraken gemaakt tussen de partners, maar ook met de grootouders. Voor hen is het even belangrijk dat ze de mogelijkheid hebben om met hun kleinkinderen te communiceren.

Aangezien kinderen die hier in Vlaanderen opgroeien niet enkel via hun Nederlandstalige moeder (of vader), maar ook via Vlaamse familieleden, op school, op straat ... met het Nederlands in contact komen, is het het beste dat de ouders onderling de taal van de partner spreken (indien mogelijk) - de zogenaamde 'minderheidstaal' - zodat het kind deze taal niet enkel hoort als pa (of ma) tegen hem / haar spreekt.

Wanneer het kind goed kan lezen, is het bovendien goed om boeken in de niet-Nederlandse taal aan te bieden, op tv ook al eens naar vb. BBC te zappen of films te tonen zonder Nederlandse ondertiteling. Dit om het kind via verschillende kanalen in contact te laten komen met de taal van de niet-Nederlandse partner en om over zoveel mogelijk verschillende onderwerpen woordenschat aan te reiken.

Kinderen die tweetalig worden opgevoed beginnen in tegenstelling tot eentalige kinderen in de meeste gevallen later met spreken en maken aanvankelijk zinnetjes met woorden uit de twee talen. Rond de leeftijd van 3 jaar komen ze geleidelijk tot het besef dat mama en papa twee verschillende talen spreken en beginnen ze de juiste taal tegen de juiste persoon te spreken. Later, rond de leeftijd van 5 of 6 jaar, komt dan het besef dat ze de niet-Nederlandse taal ook kunnen spreken met andere personen.

Op 9 à 10-jarige leeftijd hebben de kinderen de twee taalsystemen door en is hun woordenschat in beide talen breed. Ze zijn dan ook in staat om vlot tussen de twee talen te wisselen. De taal die zussen en broers onderling spreken is normaal de taal die op school wordt gesproken.

Het leren van een tweede taal gebeurt voor onze kinderen al doende, zonder veel uitleg en aandacht. Zij zullen nooit letterlijk vertalen en kunnen vlekkeloos denken in de twee talen. Bovendien voelen ze de betekenis van nog zelden gehoorde woorden intuïtief aan. Het aanleren van twee talen betekent ook contact met twee culturen. Tweetalige kinderen voelen zich daardoor sneller op hun gemak bij vreemdelingen.

Struikelblokken

Er zijn uiteraard ook struikelblokken bij een tweetalige opvoeding. Indien het kind de niet-Nederlandse taal op school als tweede of derde taal krijgt, kan dit door hen als niet aangenaam ervaren worden. Belangrijk hierbij is dat samen met de taalleerkracht gezocht wordt naar vb. aangepaste oefeningen, een andere wijze van lesgeven, ... om niet op verzet van het kind te stuiten.

Contact met andere mensen die de niet-Nederlandse taal spreken is niet altijd even evident, zeker als het om een taal gaat die maar door een beperkte groep gesproken wordt.

Bij scheiding of het overlijden van een van de ouders wordt het al helemaal moeilijk om een volledig tweetalige opvoeding te geven. Heel belangrijk is dan dat het kind contact kan blijven houden met de ouders van de overleden ouder.

Tweetalige kinderen zullen als zij zelf kinderen krijgen een keuze moeten maken over welke taal ze doorgeven aan hun kinderen. Meestal hangt dit af van hun partner.

Er zijn ook gevallen waarbij het tweetalig opvoeden van kinderen niet aan te raden is, vb. in het geval het kind een mentale handicap heeft of indien blijkt dat de taalontwikkeling bij het kind moeilijk verloopt.

Nog enkele tips ….

  • blijven volhouden, ook als je kind koppig jouw taal niet wil spreken
  • maak ook eens een reis naar een land met de taal van de niet-Nederlandstalige partner
  • toen fierheid over je eigen taal
  • steun, motiveer en beloon je kind als hij of zij de beide talen spreekt, maar zet hem of haar nooit onder druk
  • probeer zelfvertrouwen te kweken ivm tweetaligheid door onder andere ook te spelen en te zingen in je eigen taal
  • spreek in verschillende contexten en over verschillende onderwerpen met je kind zodat het kind een uitgebreide woordenschat kan ontwikkelen in beide talen
  • geef je kind boekjes en speelmateriaal in de twee talen