Home
 

Spelen over de grenzen heen

[title]

THEMA: SPELEN OVER DE GRENZEN HEEN

INLEIDING

Telkens weer als het thema ‘spelen’ aan bod komt, ontstaan er boeiende gesprekken en mensen hebben blije gezichten. Spelen is iets van alle tijden en alle landen. Spelen is een geweldige manier om mensen samen te brengen. Spelen ontspant en oefent vaardigheden.

Onze indrukken worden bevestigd in het pakket ‘Waaw: spelen uit 4 continenten, 14 landen’ van Vredeseilanden:
"Spelen zijn wereldburgers avant la lettre. Zo ligt het Romeinse spel Tabula aan de basis van Backgammon en is schaken in India ontstaan en verrijkt door andere culturen.
Spelen zijn spiegels van de tijd. Zo is het ganzenbord blijven evolueren en leerde de kinderen van zijn tijd aardrijkskunde, geschiedenis, plantkunde aan.
Spelen zijn dragers van cultuur. Veel spelen, zoals het bikkelspel, touwtrekken en het hinkelspel weerspiegelen resten van oeroude, godsdienstige rituelen. Kinderen leren, terwijl ze spelen. Sommige spelletjes zijn ontwikkeld om het strategisch inzicht te ontwikkelen, denken we maar aan schaken, andere om lichamelijke vaardigheden te ontwikkelen.
De spelen leren ons soms ook iets over de leefomgeving van andere kinderen.
Vele spelletjes die in West-Afrika populair zijn, worden bijvoorbeeld gespeeld in het zand.
Spelen hebben zich nooit gestoord aan grenzen. Overal ter wereld maken kinderen en volwassenen touwfiguurtjes.
Spelen is plezant. Niet winnen, maar spelen is belangrijk.
De bal is rond, spelen is universeel. In België spelen kinderen van overal ter wereld.
Overal ter wereld spelen kinderen."

Gender speelt in vele culturen wel een belangrijke rol: het ene spel speel je wel als meisje, het andere... in geen geval. Uit onze gesprekken stellen we ook vast dat we in onze cultuur en tijdsgeest onze kinderen heel centraal stellen en bijgevolg ook spelen: we hebben speelkamers die meegroeien met de leeftijd. Ouders besteden heel wat van het gezinsbudget aan spelmaterialen. In vele andere landen spelen kinderen met wat ze vinden en wat ze krijgen. Ze maken zelf constructies en zijn vaak creatief in het bedenken van dingen om mee te spelen.

Volwassenen die ouders waren in de jaren ’50 of ’60 speelden ook niet zo vaak met de kinderen. Kinderen werden betrokken bij de taken van volwassenen. We hoorden wel dat er werd gekaart, gedamd en een enkele keer geschaakt... op voorwaarde dat je het spel kon aankopen. Echt ravotten deden deze ouders niet met de kinderen. Dat zien we nu bij jonge vaders wel meer. Vaders en moeders van nu spelen mee met de lego of playmobil, puzzelen, ... zelfs op de speeltuin;

We stelden eveneens vast dat voetballen, hinkelen, verstoppertje spelen, tikkertje, klaspelletjes, ... zowat overal ter wereld wordt gespeeld.

Ook blijken de oerelementen: lucht, aarde, vuur en water altijd heerlijk te zijn om mee te spelen.

Dit thema brengt enkele anekdotes samen, verhalen en interviews van onze vrouwen met hun partners, vrienden, collega’s en familie.

We vonden het ook de moeite om enkele wereldwijdverspreide spelen op te noemen en kort toe te lichten.

En tenslotte een suggestie om zelf een Kamishibai te maken.

GETUIGENISSEN:

INTRODUCTIE VAN JUNGLE SPEED IN BRAZILIË. (HANNAH)

Toen ik een tijdje in Itacaré in Brazilië woonde, werkte ik met meisjes tussen 9 en 15 jaar oud. Ze hielden van dansen en voetballen en elk meisje kon ook goed Capoeira. Hun vrije tijd werd dus vaak met deze activiteiten ingevuld. Doordat de zon er altijd schijnt, hebben ze niet zoveel gezelschapspelletjes als wij in België.

Of dat is toch de link die ik leg: zon = buiten spelen, slecht weer = gezellig binnen spelletjes spelen?

Ik had Jungle Speed meegenomen vanuit België en dat spel had enorm veel succes. Er is een totempaal in het midden dat je moet grijpen als je twee dezelfde kaarten hebt (allemaal verschillende vormen en kleuren). De meisjes waren steeds heel enthousiast als ik het spel weer bij had. Voor mij was het ook gemakkelijk om dit spel in het begin met hen te spelen, want ik kon nog niet goed Portugees. En voor dit spel is taal niet echt nodig. Toen ik de meisjes beter leerde kennen en naar hun huisjes ging, zag ik dat niemand een pop had. Ze hadden echte baby’s, kleinere broertjes of zusjes die ze als pop gebruikte: nieuwe kleertjes aandoen, haren kammen, ... Af en toe speelden ze met een springtouw, maar de dag dat ik hen introduceerde in twee van die lange springtouwen wisten ze niet wat hen overkwam. Heel ijverig zijn ze blijven oefenen totdat ze konden springen in twee touwen tegelijkertijd. De jungle speed en de touwen heb ik daar bij hen achtergelaten. Ik hoop dat ze er nog steeds mee spelen en het aanleren aan hun vrienden of jongere familieleden.

EEN ZESTIGJARIGE GEPENSIONEERDE LEERKRACHT ZEDENLEER UIT BRUSSEL. HIJ GENIET NU IN HET ZUIDEN VAN FRANKRIJK EN VERTELT:

Toen wij klein waren hinkelden we en we turnden ook veel.

We staken met de kinderen uit de buurt zelf spelletjes in elkaar. De meeste van die spellen waren zoektochten, waarbij je kaarten met opdrachten moest maken en je kon een beloning krijgen achteraf.

We bouwden kampen en zelfs zandkastelen. Als ons kamp af was, nodigden we de kinderen uit andere buurten uit om naar onze ‘zoo’ te komen kijken. In onze zoo kon je insecten bewonderen, kikkers en huisdieren.

GUSTAVO, EEN BRAZILIAANSE PARTNER VAN EEN KLEURRIJKE VROUW HAALT VOLGENDE HERINNERINGEN OP:

Ik speelde in de rivier met mijn vrienden. Zwemmen in de rivier met binnenbanden van auto’s en tractoren. We gingen tot ’s middags naar school en nadien gingen we met vrienden naar de rivier. We staken dan ook kattenkwaad uit zoals mandarijntjes stelen bij mensen en kokosnoten plukken.

Vanaf mijn achtste ging ik al werken, dus echt spelen, deed ik niet zo veel. Ik herinner me wel dat ik verstoppertje speelde. En tikkertje. Soms deden we ook traditionele koppeldansjes op school.

In mijn omgeving werd er niet met kaarten of andere gezelschapsspelen gespeeld. Dat hadden we ook niet. We speelden buiten in de natuur, met windvliegers die ik zelf maakte. We hadden geen speelgoed, we maakten dingen zelf om mee te spelen;

Ik had wel knikkers, maar ik hield er niet van.

Springtouw was voor meisjes, net zoals poppen en hand-klap-spellletjes of hinkelen. Een jongen speelde die dingen niet.

BRIGIT, LID VAN KLEUR-RIJK GING OP ONDERZOEK IN HAAR OMGEVING

“Ik heb enkele vragen gesteld aan mensen in mijn omgeving. Daaruit blijkt dat sommige spelen universeel zijn. Hinkelspel, tikkertje, verstoppertje, touwtje springen zijn spelletjes die worden gespeeld in Australië, Afrika, Europa, enz.

Monopoly werd vroeger enkel in bepaalde milieus gespeeld in Congo, meestal in de steden, of bij gezinnen die veel contacten hadden met het westen.

Er werd vooral in groep gespeeld en sneeuw lag er niet in Congo maar de jongens maakten zelf hun skies en met behulp van houten planken en wat olie werd er vooral door de jongens heel wat “Afrikaanse skie” gedaan.

In Nigeria en in Congo werd er door de jongens gespeeld met flessenstopjes, ze maakten zelf een vlieger met bamboe en krantenpapier. Meisjes speelden met raffia en met pagnes. Soms was er een picknick voor de ganse familie in het bos.

Als ik naar mijn eigen kindertijd kijk is er niet zoveel verschil. Ook wij gingen picknicken in het bos. Het tv-aanbod was zeer miniem of er was gewoon geen TV.

Ons favoriete spel vroeger was “winkeltje spelen”. Familie en buren verzamelden allerlei verpakkingen die dan in het winkeltje te koop waren. Water en zand waren ook steeds een succes. Wij hadden een grote schommel in onze tuin. De eerste dagen zat ik er uren in om dan de rest van de dag misselijk te zijn van het continue “wiegen”. Met dekens en stoelen bouwden we in de winter kampen in de woonkamer.

BORDSPELEN, OVERAL TER WERELD
Bron:  http://www.bizymoms.com/games/board-games.html

GO (China en Japan)

Beschouwd als een van de oudste bordspellen, Go is een territoriale spel gespeeld per twee. De spelers plaatsen zwarte en witte stenen op de snijpunten van lijnen op het bord, dat gemarkeerd is met een raster van 19- op -19. Ruimtes op het bord worden omsingeld en gevangen genomen door de spelers. Punten worden toegekend voor het aantal kruispunten in elke overwonnen gebied. De speler met de hoogste aantal punten wint een spel.

MAHJONG (China)
Een spel voor vier spelers. Het spel wordt gekenmerkt door vaardigheid, strategie, berekening en een zekere mate van geluk. Wereldwijd zijn vele variaties van het originele spel terug te vinden.

Afhankelijk van de uitvoering, kiezen de spelers dertien of zestien of 18 tegels. Deze worden volgens de windrichtingen in een vierkant gelegd. Het doel is om ‘paren’ te vormen.

PACHISI (India)

Dit is het nationaal spel van India. De moderne commerciële bordspellen Sorry en Ludo zijn zeer vergelijkbaar met Pachisi.

Vier spelers spelen in twee teams met behulp van vier stukken elk in geel, zwart , rood en groen. Ze bewegen hun stukken rond een voorgevormd kruis.

Zes of zeven  kauri (zeeslak) schelpen worden gegooid en de schelpen die met de punt naar het land liggen, bepalen het aantal plaatsen de stukken zullen worden verplaatst. Het eerste team dat al zijn stukken kon verplaatsen tot aan het eindpunt, wint het spel.

MANCALA (Afrika en Azië)

Is een veel voorkomende naam gegeven in de zin van 'zaaien' of 'count- en - capture' games.

De bekendste voorbeelden zijn Oware, Kalah en Bao. Twee spelers zoeken een aantal zaden, gelijk aan het aantal gaten.

Afhankelijk van de spelvariant, kan het spel twee, drie of vier rijen van gaten hebben. Zodra alle gaten van de kant van een speler leeg raakt is het spel afgelopen. De speler met de hoogste telling van zaden in zijn collectie gat (of Mancala) wint het spel.

SCHAKEN (India, Perzië, China, Japan, Birma, Europa, Thailand en Korea)

Hoewel de exacte oorsprong van Schaken het onderwerp van discussie is, werden vele versies terug gevonden over de hele wereld.

De regels en de schaakstukken verschillen, maar de 8 -op - 8 spelbord is gemeenschappelijk.

SOLITAIRE (Origin Frankrijk)

Dit is een spel dat populair is over de hele wereld en over alle generaties heen.

Men vermoed dat het werd uitgevonden door een Franse graaf in de 17e eeuw en daarna naar Engeland gebracht werd in de jaren 1700.

Het bord is vergelijkbaar met die van de Fox and Geese bordspel (AD 1300).

De pinnen (bollen of pionnen) worden in de gaten geplaatst op een kruis, behalve het middelste gat. De pinnen worden verwijderd nadat ze over een andere hoppen, tot er uiteindelijk slechts één pin over blijft.

ZOWEL DE SPELREGELS ALS SUGGESTIES OM ZELF DEZE SPELEN TE MAKEN KAN JE IN VEELVOUD OP HET INTERNET TERUGVINDEN.

OM ZELF TE MAKEN:
EEN KAMISHIBAI – EEN BEELDEND VERTEL-THEATER

Kamishibai (‘kami’ betekent papier en ‘shibai’ betekent drama) is onderdeel van een eeuwenoude visuele verteltraditie die tijdens de 12de eeuw ontstond in Boeddhistische tempels in Japan. Monniken gebruikten er beeldrollen om moraliserende verhalen over te brengen naar een overwegend ongeletterd publiek.
De verteltechniek bleef eeuwenlang bestaan en vormde van de jaren 1920 tot 1950 ook de basis voor de populaire Mangacultuur.

Kamishibaivertellers reden rond met een fiets waar achterop een klein houten theater gemonteerd was. Ze installeerden zich op een straathoek of in een park en verkochten snoep aan het verzamelde publiek. Kinderen die iets kochten, kregen de beste plaatsen.

Vooraan in het theater toonde de verteller prenten met op de achterkant een tekst en vertelde ondertussen zijn verhaal. Een soort miniatuurfilmvoorstelling, occasioneel ook met geluid en muziek. Tijdens het hoogtepunt genoten meer dan 5 miljoen kinderen en volwassenen dagelijks van kamishibai.

Met de opkomst van de televisie verdwenen de mobiele vertellers langzamerhand uit het straatbeeld. De laatste jaren kent deze unieke verteltraditie een wereldwijde revival.

(foto’s van:
http://www.steunpuntgok.be/lager_onderwijs/materiaal/lesmateriaal/)