Home
 

Reactie aan Knack - schijnhuwelijken

Aan de redactie van Knack,

Betreft: het artikel “De jacht op schijnhuwelijken. ‘Verliefde vrouwen, dat is het ergste wat er bestaat’. In Knack nr. 45, 2013

Als Belgische vrouw in een relatie met een buitenlandse man en tevens onderzoeker op het gebied van migratiehuwelijken, ben ik bekend met de vooroordelen die er over ‘mijn soort’ relatie bestaan. Toch vond ik het schokkend te lezen hoe twee Brusselse politiemensen zich laten leiden door stereotiepe beelden bij de ‘jacht op schijnhuwelijken’ en hoe vanzelfsprekend legitiem zij dit vinden, getuige hun uitlatingen in het interview.  Er bestaan zonder twijfel schijnhuwelijken waar Belgische vrouwen en hun kinderen het slachtoffer worden van een berekenende buitenlandse man. Toch zijn er goede redenen om te stellen dat het wel wat minder mag, deze stereotypering van het schijnhuwelijk. In de eerste plaats, omdat zo de ‘grijze huwelijken ’die niet aan het stereotiepe plaatje beantwoorden, maar waarin wel degelijk slachtoffers in de maak zijn, door de mazen van het net glippen. Controleurs die gespitst zijn op de ‘naïeve blanke vrouw met een doortrapte niet-westerse man’ hebben hoogstwaarschijnlijk een blinde vlek voor grijze huwelijken waarin een Belgische man wordt misleid door een buitenlandse vrouw. En er zijn vooralsnog in absolute aantallen veel meer gemengde relaties van Belgische mannen dan van Belgische vrouwen, waarin dit mogelijk aan de orde is. Ik verwacht van deze politiemensen al helemaal geen gevoeligheid voor situaties waarin de buitenlandse partner misleid wordt door een kwaadwillende Belgische man of vrouw. Buitenlandse vrouwen én mannen die met de beste intenties een relatie zijn aangegaan waarin ze kwetsbaar zijn voor misbruik en uitbuiting omdat ze voor hun verblijfsrecht afhankelijk zijn van hun Belgische partner, bestaan ook.

In het interview worden Belgische vrouwen die een relatie aangaan met een niet-westerse man door de geïnterviewde politieambtenaren en door uw reporter volledig gediskwalificeerd: ze zijn onaantrekkelijk, dom en verblind door verliefdheid; je moet ze kortom niet serieus nemen. Hun partners zijn per definitie onoprecht, volgens Coremans en Calie, en dat op basis van het feit dat ze voor een in hun ogen onaantrekkelijke vrouw kozen. Met betrekking tot Turken en Marokkanen wordt in het interview gesteld dat ‘liefde en huwelijk cultureel bepaalde concepten’ zijn. Mag ik ‘vrouwelijk schoonheidsideaal’ aan dat rijtje toevoegen’? Blijkbaar bestaat het niet dat mensen andere kenmerken dan een slanke lijn en rechte tanden waarderen in een partner en er zijn geen andere motieven voor een huwelijk dan de zuivere liefde. Zouden de politievrouwen een willekeurig huwelijk van twee Belgen langs diezelfde meetlat durven leggen?

Ook het argument dat het bewijs dat het om een schijnhuwelijk gaat, omdat mijnheer na drie jaar en één dag de benen neemt houdt geen steek. Schijnhuwelijken zijn inherent aan een systeem waar het huwelijk een van de weinige manieren is waarop niet-westerse buitenlanders toegang kunnen krijgen tot een leven in Europa. In de statistieken zijn huwelijken van westerse vrouwen met niet-westerse mannen zijn inderdaad kampioen echtscheiding en inderdaad is er een piek na de periode waarin de buitenlandse man voor zijn verblijf afhankelijk is van zijn echtgenote. Daar zijn echter andere verklaringen voor dan ‘zie je wel: schijn’. Ook veel relaties van twee Belgen lopen binnen de drie jaar stuk met als verschil dat er dan nog niet is getrouwd. Gemengde paren trouwen vaker en sneller: dat is vaak de enige manier om rechtmatig met de buitenlandse partner in België te kunnen samenleven. Cultuurverschillen en verschillende opvattingen over man-vrouwverhoudingen zorgen er bovendien voor dat velen, die indertijd oprecht verliefd en met de beste bedoelingen in het huwelijksbootje stapten, er binnen de drie jaar achter komen dat ze niet samen kunnen leven. Als ze het nog enigszins met elkaar kunnen vinden komen ze dan niet zelden overeen om te wachten met de scheiding, tot de buitenlandse partner in aanmerking komt voor zijn zelfstandige verblijfsvergunning. Want misschien gun je hem nog wel dat hij in Europa kan blijven om bijvoorbeeld zijn kind te zien opgroeien, wat weer een andere invalshoek is op de ‘bébés papiers’. Zouden we contact houden met een kind, na echtscheiding, of zelfs bijdragen aan de opvoeding, zo onredelijk vinden als de vader papa een blanke Belg was?

Ondertussen mogen Belgische vrouwen in een gemengde relatie en hun partners zich bij de controle op schijnhuwelijken verwachten aan een grondige schending van hun privacy, aan vragen die we in alle andere omstandigheden onbehoorlijk zouden vinden en mogen ze klaarblijkelijk worden geschoffeerd door de politieambtenaren die een oordeel moeten gaan vellen over hun toekomst.

Het artikel met als ondertitel ‘Verliefde vrouwen, dat is het ergste wat er bestaat’ draagt bij aan de negatieve stereotypering van vrouwen in een gemengde relatie en hun partners. Zoveel kans krijgen we niet om blind te zijn van verliefdheid. Of denken de politievrouwen werkelijk dat ze de eersten zijn die aan een blanke vrouw met een niet-westerse man de vraag stellen, of het hem niet om de papieren te doen is? Opboksen tegen dit soort vooroordelen is voor ons dagelijkse kost. Wat niet wegneemt nogmaals, dat het voor ons schokkend was vast te moeten stellen dat ambtenaren - van wie we toch mogen verwachten dat ze enige objectiviteit betrachten in hun beoordeling van mensen -  juist zonder gene de meest kwetsende vooroordelen als uitgangspunt nemen.

Met vriendelijke groet

Leen Sterckx

Femma Kleur-rijk, een groep van en voor Belgische vrouwen in een bi-culturele relatie

www.kleur-rijk.be