Home
 

Ouder worden

[title]

DOSSIER: OUDER WORDEN VER VAN HUIS

BIJ ELKE LEVENSFASEN HOREN LEVENSVRAGEN.

Pas wanneer je langere tijd samen bent met je partner of wanneer de vader van je kinderen ouder wordt, pas dan gaat het thema ‘ouder worden ver van huis’ je echt bezig houden.

Een huis kopen en renoveren is min of meer achter de rug, de pensioenleeftijd komt in zicht, de kinderen zijn intussen wat ouder en gaan langzaam maar zeker op hun eigen benen staan, ’s morgens uit bed springen wordt eerder gewoon ‘opstaan’. Het tempo begint wat te vertragen...

De kans is groot dat jouw of de zijne op de sukkel zijn. Misschien is er inmiddels al een vader of moeder of schoonouder overleden.

Vragen over ‘ouder worden ver van huis’ sijpelen stilaan binnen:

Hoe is het om oud te worden, ver weg van het land waar je geboren bent?
Wil je diep in je hart liever terug naar huis gaan? Waar is ‘thuis’ eigenlijk?
Verlang je naar een ander klimaat?
Hunker je naar het de maaltijden van je moeder?
Wil je herinneringenophalen met je neven en nichten?
Waar wil je begraven worden?
Hoe ga je om met ‘hier en daar’?
Hoe is het met mijn gezondheid? En met die van mijn (ex-)partner?
Wie zal voor me zorgen als het niet meer gaat? Hoe denkt de vader van mijn kinderen daarover? Verwacht hij dat onze kinderen voor hem zorgen?
Zijn er al kleinkinderen? Zijn er ginder ook kinderen of kleinkinderen? Halfbroers en –zussen van je kinderen?
Zal de papa van je kinderen kiezen om hier te blijven? Gaan de kinderen hem missen als hij terug zal gaan?

Vele vragen, weinig antwoorden. We vonden wel veel informatie over ‘de zorg voor ouderen met een andere etnische achtergrond’, over ouder wordende allochtonen in onze maatschappij, in de rusthuizen. Maar hoe ouder worden in een biculturele relatie beleefd wordt... daarover vonden we niet veel.

Energiek en moedig als we zijn zochten we toch een aantal interessante dingen bij elkaar. In dit dossier vind je drie thema’s:

• SAMEN OUD WORDEN? DE LEVENSVERWACHTING
• INTERVIEW MET ‘LANDVERLATERS’
• DE VERGIJZING BIJ NIET-WESTERS MIGRANTEN IN EEN NOTENDOP: DE PATHOLOGIE DIABETES, NUTRITIONELE- EN GEZONDHEIDSASPECTEN IN KAART GEBRACHT

SAMEN OUD WORDEN?
Leen Sterckx

De levensverwachting bij geboorte zegt iets over hoe oud mensen gemiddeld worden. Meestal wordt die berekend voor een land. In België neemt de levensverwachting bij geboorte vooralsnog toe. Op dit moment is de levensverwachting voor Belgische mannen 76,5 jaar en voor Belgische vrouwen bijna 83 jaar. Daarmee zitten we niet in de top tien van landen met de hoogste levensverwachting, maar toch ook niet ver daar vanaf. In de top tien van landen met de laagste levensverwachting vinden we allemaal Afrikaanse landen terug, Swaziland en Angola op kop (of zeg je in zo’n geval aan de staart?) met respectievelijk +/- 33 en 38 jaar (CIA World Factbook 2012).

Oh oh... wat wil dat zeggen over onze kansen als gemengd koppel om samen oud te worden?

Helemaal niks. Om te beginnen is de levensverwachting bij geboorte een statistiek, die iets zegt over een populatie, maar geen voorspeller is voor individuele gevallen. De kans dat je door de bliksem getroffen wordt is heel klein, maar je zal maar juist op de verkeerde plek staan als die inslaat. Ook iemand in een land met een levensverwachting van 33 kan 100 jaar worden. Het is alleen minder waarschijnlijk.

De levensverwachting zegt – een beetje tegen de intuïtie in – vooral iets over sterfte. In ons land stijgt de levensverwachting al decennia (in 1860 zaten we op het niveau van Angola nu) omdat vooral de kindersterfte daalt. In landen met gebrekkige zorg rond zwangerschap en geboorte, waar drinkwater en voedsel schaars is en infectieziekten rondwaren sterven vooral baby’s en jonge kinderen. Daarom wordt de levensverwachting bij geboorte ook wel gezien als indicator van de levensstandaard in een land van de kwaliteit en toegankelijkheid van haar gezondheidszorg en de koopkracht van haar bevolking. Als veel mensen op jonge leeftijd overlijden, drukt dat de gemiddelde leeftijd die de bevolking als geheel bereikt. Het feit dat onze partners uit een niet-westers land komen, misschien wel uit Angola of Swaziland, zegt dus niet veel over hun kans om oud te worden. Ze hebben de meest gevaarlijke tijd overleefd: ze zijn volwassen geworden.

Er is nog niet veel bekend over de levensverwachting van immigranten omdat hun bevolkingsgroepen nog relatief jong zijn. Er zijn verschillende factoren die daar invloed op hebben. Ten eerste is migratie selectief: alleen de sterkere, gezondere individuen beginnen aan zo’n avontuur. De welvaartswinst die hun migratie meebrengt is op korte termijn waarschijnlijk van positieve invloed op hun levensverwachting: die is bij emigranten wellicht hoger dan die van de achterblijvers in het herkomstland. Daarentegen is niet duidelijk wat chronisch of ernstig zieke migranten doen: keren ze terug naar hun herkomstland om daar verzorgd te worden en eventueel te sterven, of komen ze juist naar Europa waar de gezondheidszorg beter en goedkoper is? In het eerste geval neemt de leeftijdsverwachting van hun groep in België toe, in het tweede geval af. Zware, ongezonde werkomstandigheden waaraan migranten vaak blootstaan hebben een negatief effect op hun levensverwachting evenals ongezonde voedingsgewoonten en overgewicht. En wederom lijkt het er voorlopig op dat de hogere zuigelingensterfte onder allochtonen de voornaamste oorzaak is van hun tot nu toe lagere levensverwachting dan die van autochtonen: die wordt beïnvloed door cultuur en sociale klasse. Zo trouwen nog relatief veel Marokkanen en Turken (en mensen uit andere moslimlanden) met neven of nichten waardoor de kans op erfelijke aandoeningen stijgt. Wederom: niet aan de orde bij gemengde paren tenzij je een partner uit een moslimland hebt. Maar in dat geval was inmiddels waarschijnlijk duidelijk of deze een erfelijke aandoening onder de leden heeft en hoe ernstig die is. De balans blijft voorlopig hangen op ‘beter dan in het land van herkomst, slechter dan niet-migranten’. De sterkste voorspellende factor is in het geval van onze partners waarschijnlijk hun geslacht.

Over de hele wereld hebben vrouwen een hogere levensverwachting dan mannen. Jaja, vrouwen zijn het sterke geslacht, het kan niet genoeg gezegd worden. Mannen overlijden gemiddeld op jongere leeftijd en dan vooral in hun jeugd. Ze nemen vaker deel aan oorlog, als soldaat en vertonen over het algemeen roekelozer gedrag. De meeste verkeersdoden en slachtoffers van agressie door wildvreemden zijn jonge mannen. Mannen zijn blijkbaar ook vatbaarder voor ziekten, waardoor het feit dat een vrouw groot risico loopt omtrent het dragen en baren van kinderen niet opweegt tegen zijn algemeen grotere sterftekans. Het is zelfs zo dat er doorgaans meer jongens geboren worden dan meisjes: 105 voor elke 100 meisjes. In onze samenleving slaat het mannenoverschot om rond de 55 jaar. Vanaf dan zijn er meer vrouwen. Om maar te tonen hoe hard het gaat met de mannensterfte op jonge leeftijd.

Conclusie: de kans dat we onze laatste levensjaren samen slijten is niet zo groot, maar niet kleiner dan bij niet-gemengde koppels. Het zal hem toch vooral afhangen van onze persoonlijke gezonde of ongezonde leefstijl en daarbij van een flinke dosis geluk.

INTERVIEW MET ‘LANDVERLATERS’
Kristien Renckens

Benieuwd als we zijn gingen we op zoek naar ‘landverlaters’: vrienden en familie die ons land verlieten om te kiezen voor een leven in een ander, misschien wel ver, land. Hoe ervaren zij dit? Hoe voelen ze zich daar?

We vonden een aantal mensen die op onze vragen wilden antwoorden.

Hieronder vind je een bloemlezing van de hun antwoorden.

EVEN VOORSTELLEN:

• Mira, 36 jaar, woont sinds 2 jaar in Brazilië, maar verblijft er wel al langer. Mira is Nederlandse. Ze heeft een relatie met een Braziliaan en ze is sinds vijf maanden moeder.

• Luc, 43 jaar, woont inmiddels 17 jaar in Beijing China. Hij is gehuwd met een Chinese en zij hebben samen hebben een zoontje van 10 jaar.

• Nele, 47 jaar, vertrok in 1988 uit België en verbleef eerst in Vancouver Canada. Sinds 4 jaar woont ze nu in Brazilië. Nele heeft op ogenblik geen relatie.

• An, 42 jaar, woont 18 jaar in het buitenland. Ze woonde o.a. in Spanje. Momenteel woont ze in St-Albans in UK. Ze heeft een relatie, geen kinderen.

• Joshua, 33 jaar, gehuwd met een Zweedse en woont 9 jaar in Zweden. Zij hebben samen wee dochtertjes, Klara (6 jaar) en Elise (2 jaar).

WAT ZIJN JE BEZIGHEDEN?

Mira: Ik doe onderzoek aan een universiteit, dat gebeurt van op afstand.

Luc: Ik werk als ingenieur voor een Belgisch bedrijf. Dat brengt ook veel reizen binnen China mee. Mijn officiële hobby’s zijn: koorzingen en Kendo, Japans schermen met bamboestokken. De rest van de tijd probeer ik bij mijn gezin te zijn.

Nele: Ik ben eigenares van een B&B (www.pousadatanara.com) op een prachtig strand. ik ben dus constant in contact met mensen vanuit de hele wereld. ik doe graag aan sport en dansen, geniet enorm van de zee en de natuur rondom mij.

An: Lezen, reizen, bakken, koken, games, films.

Joshua: Mijn job op een boerderij met melkkoeien en in de vrijetijd een B&B (www.gamlaskolan.net) runnen met mijn vrouw.

VOEL JE JE GESLAAGD IN HET LEVEN? KAN JE WAT MEER UITLEG GEVEN?

Mira: Ja. Het heeft een tijd geduurd voordat ik vriendengroep en baan op niveau vond hier en die tijd was lastig. Ik moest deels loslaten dat “geslaagd in het leven” alleen op je werk slaat (dat gevoel heb ik Nederland soms wel). Hier in Brazilië is dat veel minder, de vraag is meer of je gelukkig bent dan of je geslaagd bent.

Luc: In grote lijnen voel ik me best wel OK. Er zijn natuurlijk wel zaken die tegensteken (zie andere vragen). Maar in het buitenland wonen blijft een fantastisch avontuur, daar kan weinig tegen op. Dat geldt ook voor multiculturele relaties.

Nele: Ja, ik heb 2 keer mijn valies gepakt en naar een ander land verhuisd. de eerste keer met mijn Belgisch vriend (daarna man) naar Canada toen we nog heel jong waren. Canada was de springplank voor het leven dat ik nu leid in Brazilië: mijn droom van te wonen aan het water met zicht op zee.

An: Ja. Doordat ik in Spanje gewoond heb spreek ik nu Spaans, Ik heb andere culturen leren kennen. Ik heb een flat in London gekocht dat ik nu verhuur en een sportauto. Ik ben eindelijk met een universitair diploma bezig en we zijn bezig met ons eigen bedrijf in de luchtvaart industrie op te zetten.

Joshua: Best wel, ik ben blij met mijn gezin en we kunnen dingen doen waar we van genieten.

MIS JE BELGIË? ZO JA, WAT MIS JE HET MEEST? WAT MIS JE HET MINST?

Mira: Ja, natuurlijk mis ik wel dingen, als eerste familie en vrienden, dan het eten en daarna het feit dat je zo goed weet hoe alles werkt en zaken dus makkelijker lopen. Sinds ik een dochter heb mis ik soms ook het gevoel van veiligheid (Nederland is toch een veiliger land, minder geweld, minder ziektes, betere voorzieningen etc.) en het feit dat overal iets voor is geregeld. Maar aan de andere kant is het hier voor een jong kind paradijs, lekker weer dus weinig kleren aan, veel buiten, ik werk vanuit thuis dus brengt mijn dochter veel tijd door samen met mij. Wat ik zelf niet mis van Nederland zijn de chagrijnige gezichten ’s ochtends in de trein naar het werk, de lange winters en de “doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg” mentaliteit.

Luc: Natuurlijk mis ik België. Vrienden en familie zijn niet zo makkelijk te bereiken. Eten mis ik ook. En culturele activiteiten zoals concerten of festivals.

Nele: Niet echt.

An: Niet echt daar ik na Spanje weer 2 jaar in België gewoond heb en ik kon het niet snel genoeg weer verlaten. Ik ga wel 5 keer per jaar naar België om mijn moeder te bezoeken en dan ook mijn stripverhalen te kopen en natuurlijk onze chocolade (Leonidas).

Joshua: Meest mis ik gezellig zijn met familie en vrienden in België.

IDEALISEER JE BELGIË SOMS? HEB JE EEN HAAT-LIEFDE VERHOUDING? WIL JE NIET MEER TERUG KOMEN? - KAN JE WAT MEER UITLEGGEN.

Mira: Ik denk niet dat ik dit heb. Ik hou van Nederland maar niet om er te wonen. Toch overwegen we wel later terug te komen naar Nederland/Europa afhankelijk van de ontwikkelingen zowel in Brazilië en Europa en de toekomstmogelijkheden voor onze dochter. Ik denk wel dat dit zeer zwaar zou zijn voor mijn partner.

Luc: Ik ben waarschijnlijk vertrokken omdat België te klein voor me was, te parochiaal. Ik wou de wereld zien. Maar een negatieve keuze is het nooit geweest. Ik denk nog altijd positief over België. Bepaalde zaken, zoals het onderwijs dat ik in België genoten heb, idealiseer ik waarschijnlijk zelf teveel. Teruggaan naar België, als dat zo zou uitdraaien, zou voor mij niet echt een probleem zijn. Ik zou me wel moeten aanpassen aan de pietluttige ‘regelgeverij’ waaraan België ten prooi is. GAS boetes voor van alles en nog wat. China mag misschien een dictatuur zijn, maar zolang je je koest houdt, doe je grotendeels wat je wil.

Nele: Ik ga terug naar België om mijn familie te bezoeken maar ik zou er niet meer kunnen wonen. vooral door het klimaat. ik hou niet van miezerige regen en grijze lucht.

An:  Zoals ik zei woonde ik gedurende twee jaar terug in België en wat me tegen stond toen ik terug in België woonde was de mentaliteit van de Belgen. Belgen zijn altijd vriendelijk wanneer je gewoon op bezoek/vakantie bent, maar als je er woont dan vind ik dat ze een beetje bekrompen zijn. Ze zijn gewoon niet open minded.

Joshua: Als ik zou terug komen word ik gek van de drukte binnen het half jaar. Verder een neutraal gevoel, daar is daar en hier is hier: en hier vind ik het leven leuker zonder het daar slecht te vinden.

ALS IK BIJ JOU OP BEZOEK ZOU KOMEN, WAT KAN IK VOOR JE MEEBRENGEN?

Mira: Mooie houten speeltjes voor mijn dochter, oude kaas en Belgische (ja, echt) chocolade en dropjes natuurlijk.

Luc: Peperkoek. Dat is hier echt niet te vinden, en het zelf maken lijkt me moeilijk. Ik ben recent wel begonnen met platte kaas maken, zij het voorlopig met wisselend succes.

An: Leonidas zwarte chocolade.

Joshua: Bier en iets voor te eten. Veel wat er in België is, is er ook in Zweden.

WAT IS HEERLIJK IN HET LAND WAAR JE NU BENT? WAT VIND JE MINDER JE LEUK?

Mira: Heerlijk is de ongedwongenheid van de mensen, het weer, het lagere tempo en het feit dat werk niet zaligmakend is, en daarnaast heel veel kleine dingetjes zoals veel live muziek, vers fruit, veel Capoeira etc. Minder leuk vind ik de recente toename van geweld in het stadje waar ik woon, de grote ongelijkheid tussen mensen (wat dat geweld natuurlijk in de hand werkt), de dengue epidemie (eigenlijk pas sinds ik een dochter heb) en het feit dat je moeilijk echt vrienden kunt worden met lokale mensen omdat je toch altijd een “gringa” blijft.

Luc: Het weer in Beijng is in elk geval veel beter. Wat er minder leuk is is eigen aan wonen in een miljoenenstad: de vervuiling neemt zo langzamerhand de proporties van een bijbelse plaag aan. Gebrek aan plaats is ook een probleem: geen tuin, maar ook geen garage, geen rommelkot, geen zolder of kelder.

Nele: De natuur is hier prachtig, ik ben omringd door het Atlantisch regenwoud en de zee. het klimaat is heerlijk. het minder leuke is de bureaucratie, het is hier ook veel trager, alles op zijn gemakske, hetgeen niet slecht is maar er is een gebrek aan efficiëntie en organisatie. ik woon in een klein stadje van 27.000 inwoners en iedereen kent je, hetgeen langs de ene kant goed is maar langs de andere kant minder want iedereen weet wat je doet. communicatie is ook een probleem, niet zozeer door de taal maar door het cultureel verschil.

An: De Britse mentaliteit is excentriek. Ik vind hun droge humor grappig. Ze vinden het altijd zo raar dat ik 5 talen spreek. Wat minder aan hun is, is dat ze altijd klagen maar er niet echt iets aan doen.

Joshua: Ruimte en minder verkeer. Minder vind ik de gemeentelijke politiek, niemand durft verantwoordelijkheid te nemen.

ALS JE EEN PARTNER HEBT? WAT VERWACHT JE VAN HEM/HAAR ALS REACTIE OP MOMENTEN DAT JE HET MOEILIJK HEBT?

Mira: Een luisterend oor, begrip, relativerende opmerkingen en een knuffel.

Luc: Begrip voor anders zijn.
 
Nele: Steun, begrip.

An: Dat ze me support geeft.

WAT ZIJN VOOR JOU BELANGRIJKE ZAKEN OM JE GOED TE VOELEN?

Mira: Een goede relatie met mijn partner, een blije dochter, echte vriendschappen, capoeira, dansen en lachen. Daarnaast zaken die denk ik voor iedereen gelden... geen geldzorgen, me veilig kunnen voelen in huis en op straat. En trouwens heel belangrijk... bewegingsvrijheid. Voorheen woonde ik in een dorp waar ik eigenlijk nergens heen kon, dat beviel echt niet.

Luc: Een goede job en tijd voor mezelf.

Nele: Waar ik woon (ik kan net zonder de zee) mijn omgeving en vriendenkring, natuur, sport, dansen, me kunnen uiten zoals ik wil.

An: Dat mijn relatie goed is en dat we een goede verstandshouding hebben en natuurlijk als je wat geld hebt maakt het een beetje gemakkelijker.

Joshua: Internet, dit maakt de wereld kleiner.

ZIE JE JE LATERE TOEKOMST IN BELGIË/NEDERLAND OF IN HET LAND WAAR JE NU BENT OF... ELDERS?

Mira: Dat is een heel moeilijke vraag, mogelijk Brazilië, mogelijk Zuid-Europa, heel misschien Nederland. Dat ligt aan heel veel factoren... relatie, kind, werk, ontwikkelingen in de verschillende landen, ouders in Nederland etc.

Luc: Dat weet ik echt niet. Hoe langer ik hier blijf hoe groter de kans dat het voor goed is natuurlijk. Ik wil best nog wel eens ergens anders heen, maar mijn vrouw en zoon zijn moeilijk warm te krijgen voor verdere avonturen. De politieke en economische situatie op lange termijn is niet te voorspellen, we zouden ons misschien genoodzaakt kunnen zien om te verhuizen. Al het dat niet is, is het waarschijnlijk de luchtvervuiling die ons de knoop doet doorhakken. Waar naartoe? Een Engelstalig land zou gemakkelijker zijn voor vrouw en kind. En liefst ergens met goede lucht en een rijk cultureel leven.

Nele: Zeker niet België... misschien Brazilië misschien weer een ander land, geen flauw idee.

An: Ik zie mezelf niet in België of Nederland terug wonen. Als we naar een ander land gaan dan zal het een land in de zon zijn. Dat mis ik nog het meeste.

Joshua: In Zweden.

JE WORDT WAT OUDER: SOMMIGE ERVARINGEN WORDEN INTENSER. HOE IS DAT MET DE BAND MET JE MOEDERLAND? WORDT DIE INTENSER OF VERVAAGT DAT?

Mira: Ik denk dat ik voor deze vraag nog niet lang genoeg weg ben.

Nele: Geen verschil.

An: Ik ben en blijf voor altijd een Belg en zal nooit mijn nationaliteit veranderen. Dat is altijd zo gebleven.

Joshua: Vervaagt.

MAAKT HET VOLGENS JOU EEN VERSCHIL UIT OF JE WEL OF GEEN KINDEREN HEBT IN JE ‘NIEUWE LAND’ EN HOE JE VOELT OVER BELGIË/NEDERLAND.

Mira: Zeer zeker! Ik zit natuurlijk precies in die fase. Onze dochter is in NL geboren en  we zijn nu weer twee maanden in Brazilië. Ik kijk toch heel anders naar de problematiek hier en de misschien wat saaie zekerheid in Nederland. Voor mezelf was de keuze makkelijk... Brazilië. Nu ik me verantwoordelijk voel voor iemand anders vind ik die keuze moeilijker, want wat is nu het beste voor haar? Vooralsnog blijven we hier, maar het is nu minder vanzelfsprekend als voorheen.

Nele: Ik heb geen kinderen en wil er geen.

OP WELKE MANIER BLIJF JE OP DE HOOGTE VAN WAT ER IN BELGIË/NEDERLAND GEBEURT?

Mira: Via familie en vrienden. Ik denk altijd dat ik de krant online ga lezen maar dat komt er toch niet van.

Nele: Familie, facebook, krant online.

An: Ik lees kranten op het internet en soms kijk ik via het internet naar het nieuws.

Joshua: Satelliet-tv en internet.

VOEL JE JE GESANDWICHT? HOE GA JE OM MET ZORGEN OVER JE OUDER-WORDENDE-OUDERS IN BELGIË/NEDERLAND? NEEM JE ZORG OP? OF KAN DAT NIET OMDAT JE TE VER WOONT? HOE VOEL JE JE DAAROVER?

Mira: Dat is in mijn geval nu nog niet aan de orde maar ik heb daar wel al over nagedacht voordat ik verhuisde naar het buitenland. Gelukkig heb ik nog een broer en zus in Nederland die niet van plan zijn te verhuizen maar mijn ouders zouden zeker een reden kunnen zijn voor mij om toch terug te keren naar Nederland. Ik ben mijn moeder al aan het bewegen om hier te komen wonen maar ik weet dat dat voor haar niet de beste optie is, dus dat blijft bij een grapje. De tijd zal het leren!

Nele: Ik heb nog 3 zussen in België en mijn moeder zorgt goed voor mijn vader die 12 jaar ouder is, maar moest er iets gebeuren sta ik er natuurlijk.

An: Ik maak me er veel zorgen over nadat mijn vader en broer gestorven zijn, maar ik weet ook dat er een goede support netwerk van mijn vaders familie kant is. Ook kan ik binnen de 6 uur bij mijn moeder zijn. (moet dan wel alle regels breken om dat te doen).

Joshua: Woon net te ver weg.

We vroegen ons tenslotte ook af of onze ‘landverlaters’ kinderen hebben in het nieuwe land of nog in België of Nederland, maar geen enkele van onze geïnterviewde was al in deze leeftijdsfase. Ook het opnemen van de zorg voor de eigen ouders was bij hen nog niet aan de orde.

DE VERGRIJZING BIJ NIET-WESTERSE MIGRANTEN IN EEN NOTENDOP:
DE PATHOLOGIE DIABETES, NUTRITIONELE- EN GEZONDHEIDSASPECTEN IN KAART GEBRACHT.

Malika El Moussaouie

GEZONDHEIDGERELATEERDE WAARNEMINGEN BIJ MIGRANTEN

Uit onderzoek blijkt dat niet-Westerse migranten vaker op oudere leeftijd te kampen hebben met gezondheidsproblemen. Het ongunstig arbeidsverleden (mijnbouw, textielfabriek, glasfabriek e.d) is zeker geen te onderschatte factor. Ook zijn er andere elementen die een rol spelen in het welbevinden op gezondheidsniveau. Het sociaal isolement resulteerde in een ondermaatse beweging. Emotioneel eten door heimwee, stress, angst en verveling mag niet naar de achtergrond geschoven worden.

VERANDERING VAN VOEDINGS-GEWOONTEN, DOOR HET ACCULTURATIEPROCES

Migranten bleven gedurende een langere tijd in het migratieland. Het ‘acculturatieproces kon hierbij niet belet worden. Toch zijn ouderen niet progressief wat voedingsveranderingen betreft. Ze ijveren naar een behoud van voedingsgewoonten, daar dit een stuk identiteit is. Het zijn voornamelijk de kinderen en kleinkinderen die het kookgedrag beïnvloeden. (van den Berg, I, 2010).

Dit veranderingsproces resulteerde in een calorierijke voeding (in vergelijking met de voeding uit het thuisland). De beschikbaarheid aan voedsel nl. energierijk, vezelarm en de aanvaarding van sedentaire levensstijl leidt tot een negatieve energiebalans. Dit wil zeggen dat de energie-inname (voeding) niet in evenwicht is met het energieverbruik (beweging, sport). Deze negatieve energiebalans geeft aanleiding tot een gewichtstoename. Dit laatste is een risicofactor voor de ontwikkeling van welvaartziekten zoals: diabetes, hartproblemen, verhoogde cholesterolspiegel, verhoogde bloeddruk e.d).

VERANDERING IN DE VOEDINGS-GEWOONTEN, ALS ONDERSTEUNING IN DE BEHANDELING VAN DIABETES

Wetenschappelijke onderzoeken tonen het verband tussen etniciteit en diabetes aan. Diabetes komt zeer veel voor bij niet-westerse migranten. Dit is een verontrustend gegeven. Niet-westerse migranten (met diabetes) zullen genoodzaakt zijn om een vast voedingsschema en een diabetesdieet te volgen (Dit op maat van het individu). Diabetespatiënten gaan trachten de voeding aan te passen in functie van de aanbeveling. Meestal staat het tijdstip van voedingsinname in relatie met de medicatie-inname/inspuiting. Er treedt een veranderingsproces op in het eetpatroon.

VERANDERING VAN VOEDINGS-GEWOONTEN DOOR BIOLOGISCHE PROCESSEN

Als we ouder worden veranderen onze zintuiglijke waarnemingen (smaak, gehoor, zicht. reukorgaan). Daarbovenop hebben veel ouderen te kampen met een verminderde eetlust. Een oorzaak hiervan is polymedicatie (= inname van verscheidene medicatie voor allerlei aandoeningen). Ondervoeding bij ouderen is zeker ook geen te onderschatte factor. Denk maar aan kauwproblemen, slikproblemen, cognitieve problemen (vb. dementie), veroudering van tanden en mond e.d. Dit veranderingsproces geeft aanleiding tot andere voedingsgewoonten (van vloeibare tot gemalen/gemixte voeding).

BESLUIT

Onderzoek naar deze doelgroep is zeker van belang, om zo de noden/ behoeften trachten te begrijpen. Uiteraard zijn er verschillen in de acculturatie, nutritionele- en gezondheidsaspecten tussen de etnische groepen. Maar ook individuele voorkeuren zijn ook geen onmisbare factor. Als eindbesluit kan ik zeggen dat acculturatie een invloed heeft op gezondheids-en nutritioneel niveau en dat het ouder worden een veranderingsproces op zich is. Het is aan te bevelen deze doelgroep meer te gaan bestuderen, daar de vergrijzing ook hier aanwezig is. Dit om zorg op maat te geven. Het is van belang elke oudere migrant als individueel persoon te bekijken. Elke oudere heeft zijn eigen wensen en behoeften. Kwaliteit van het leven is voor elk wezen anders.

BIBLIOGRAFIE

• Bindraban, N.R., van Valkengoed, I.G., Mairuhu, G., Holleman, F., Hoekstra,J.B., Michels, B.P., Koopmans, R.P, & Stronks, K., (2008). Prevalence of diabetes mellitus and the performance of a risk score among Hindustani Surinamese, African Surinamese and ethnic Dutch: a cross-sectional population-based study.  BMC Public Health,1-10, 8:271, Biomed central, http://www.biomedcentral.com/1471-2458/8/271
• Cuyvers, G., & Kays, J., (2007). Oud worden in een vreemd land, (internet) http://www.researchgate.net/publication/234013305_Oud_worden_in_een_vree..., geraadpleegd op 21 maart 2013.
• Jenum,A.K.,  Holme, Graff-Iversen &Birkeland, (2005), Ethnicity and sex are strong determinants of diabetes in an urban Western society: implications for prevention, Diabetologia, 48: 435–439
• Mistra & Ganda, (2007).Review  Migration and its impact on adiposity and type 2 diabetes. Nutrition, 23, 696-708, geraadpleegd op, Science direct.
• Swine, C, (2007). Voeding en derde leeftijd, (internet) http://www.danoneinstitute.be/files/pdf/brochures/sympo-voeding_en_derde....
• Ujcic-Voortman,J.K., Schram, M.T., Jacobs-van der Bruggen, M.A., Verhoeff, A.P & Baan,C.A., (2009). Diabetes prevalence and risk factors among ethnic minorities. European Journal of Public Health, Vol. 19, No. 5, 511–515, geraadpleegd op 15 december 2011.
• Van den Berg, I, (2007). Allochtonen en voeding een kleine literatuurverkenning, LEI Wageningen UR, Den Haag, ( internet), http://orgprints.org/19095/1/Allochtonen_en_voeding_een_literatuurverken..., geraadpleegd op 20 maart 2013.