Home
 

Koude verkiezingskoorts

KOUDE VERKIEZINGSKOORTS
Leen Sterckx

“Wat staat er in de krant vandaag?” wil mijn man weten wanneer hij mij aan de ontbijttafel bezig ziet. “Eens kijken… in België start de campagne, de Nederlandse extreem linkse SP begint hardop te dromen over regeringsdeelname en Mitt Romney kiest een ultraliberale griezel als running mate...” “Ah, weer niets over de verkiezingen dus...” is de reactie. Pardon?! Wil ik eigenlijk zeggen, maar ik had het kunnen verwachten. Mijn geliefde zit met zijn hoofd in Angola, deze zomermaanden nog wat sterker dan anders omdat er op 31 augustus presidentsverkiezingen zijn. Ik kan me voorstellen dat je je daar druk in maakt als je land een geschiedenis heeft van (burger)oorlogen die uitbreken naar aanleiding van verkiezingsstrijd. Zelfs als het tien jaar vrede is, iedereen de oorlog meer dan beu is en niets er op wijst dat de positie van de zittende president, José Eduardo (Zédu) dos Santos, die zichzelf weer verkiesbaar heeft gesteld, aan het wankelen zou kunnen gaan. In de opwinding rond de Arabische lente vorig jaar waarin heel wat plucheklevende staatshoofden zijn gesneuveld is er hier en daar wel enige kritiek gerezen over de regeringstermijn van dos Santos (om en nabij de veertig jaar). Maar de vonkjes leidden tot nog toe niet tot uitslaande brand in Angola. Dat heeft niemand er voor over. Misschien maar goed ook, andere Afrikaanse landen die de afgelopen jaren een machtswissel doormaakten zijn er niet zonder kleerscheuren afgekomen.

Mijn partner Américo is bovendien al meer dan gemiddeld politiek bewust. Voor zover het over Angolese politiek gaat, tenminste. Sinds zijn jeugd is hij militant voor de regeringspartij MPLA en zijn jaren in de oorlog was hij verantwoordelijk voor de politieke vorming van zijn medesoldaten. Nu de MPLA probeert voet aan de grond te krijgen onder de Angolezen in de diaspora, die van oudsher sterk onder de invloed staan van de andere politieke partijen (Unita en FNLA) vinden ze in Américo een enthousiasteling van de bovenste plank. Minstens één zaterdag per maand en in spannende tijden zoals afgelopen voorjaar bijna elke week, is hij de hele dag op pad voor de politiek. Hij heeft een coördinerende functie voor de partij op niveau van Nederland en moest tot voor kort ook vaak in Brussel zijn, waar de koepel voor de Benelux bijeen kwam. (Die is recentelijk aan een soort stammentwist ten onder gegaan; de partij verenigt in ideologische termen Angolese mannen en vrouwen van alle sociale klassen, etnische groepen en religies maar in de praktijk ruziën ze graag over wie een ‘echte’ is. In Nederland en België gaat het dan vooral over een stammenstrijd tussen de Kimbundus die uit het gebied rond de hoofdstad Luanda komen en die voornamelijk Portugees spreken en in Nederland asiel hebben aangevraagd en de Bakongos die uit het grensgebied met Congo komen, Lingala en Frans spreken en die naar België zijn uitgeweken. De partij die verenigt over grenzen heen splitste op basis van het feit dat de Holangolezen niets moeten hebben van de Belgolezen en omgekeerd). Américo is dus vol van de Angolese politiek, is onvoorwaardelijk MPLA en steekt er behoorlijk wat tijd en energie in. Hij heeft geen job, dus uit dit engagement haalt hij ook in belangrijke mate zijn waardering en aanzien. Om die reden kan ik voor een groot stuk berusten in alle zaterdagen, weekends en avonden dat ik een politieke weduwe ben. En ik moet zeggen: hij is een indrukwekkende speech schrijver en spreker.

Verder sta ik erbij en kijk ik ernaar, want het hele gebeuren wekt aanhoudend mijn verwondering. Om te beginnen het feit dat ze geen overtuiging lijken te hebben. Dat wil zeggen: Américo en zijn medemilitanten kunnen ongemeen veel zaterdagen vullen met politieke palavers en dan bedoel ik zaterdagmiddag tot zondag in de vroege uurtjes. Toch lijken ze het nooit ergens over te hebben. Ik heb wel eens gevraagd wat eigenlijk het programma, het ideologische doel is van de MPLA. Angola vooruit helpen, wederopbouwen en alles beter maken: nogal wiedes, dat. Maar willen ze dat linksom of rechtsom, om maar iets te noemen? Het is me na jaren nog steeds niet duidelijk. De MPLA is oorspronkelijk van socialistische signatuur en Angola was één van die derde wereldlanden waar de koude oorlog heel heet werd uitgevochten. (In de jaren zeventig, ten tijde van de dekolonisering bezochten mijn ouders – toen studenten - in België steunbijeenkomsten voor de MPLA, een stukje familiegeschiedenis waarmee ik nu nog goede sier kan maken bij bezoekende partijbonzen). Na afloop van de koude oorlog waren ze echter fresh out of allies, dus toen hebben ze hun markt opengegooid. Aangezien daar petroleum, diamant en andere bodemschatten te halen zijn, is de Westerse wereld nu dikke maatjes met het voormalig socialistische regime. De MPLA is al decennia lang oppermachtig in eigen land en hoewel de democratie nog in de kinderschoenen staat kunnen we het gebrek aan echte oppositie niet wijten aan een gruwelijke dictatuur. Angolezen in het buitenland hebben bovendien geen stemrecht. Kortom: de MPLA’ers in het buitenland kunnen eindeloos vergaderen, maar ik snap nog steeds niet goed waarover.

Wat me wel duidelijk wordt is dat het heel nuttig is om erbij te horen. In Angola moet je naar goede oude sovjettraditie goed aangeschreven staan bij de partij om wat dan ook voor elkaar te krijgen, van een baan tot een bouwvergunning. Dat dit ook werkt voor MPLA leden in het buitenland, heb ik zelf al ervaren: dankzij Américo’s positie komen we gemakkelijk aan visa en papieren regelen in Angola gaat ook een stuk vlotter dan gebruikelijk. Daar staat – ook in goede sovjettraditie – nog wel een behoorlijke partijdiscipline tegenover. Geregeld komen er ‘van bovenaf’ orders om te elfder ure nog een bijeenkomst te organiseren voor de ‘Helden van de 4e februari’, of voor ‘de dag van de Angolese vrouw’ en dan moet iedereen zijn agenda vrijmaken en in allerijl de achterban optrommelen. Hetgeen ook gebeurt, of je nu  een reisje had gepland of een verjaardagsfeestje van de kinderen... de partij gaat voor.

Ik ben inmiddels onvermijdelijk ook een soort erelid van de O.M.A, de organisatie van de Angolese vrouwen. De OMA is echt het ‘Vrouwengilde’ van de MPLA, zoals de voorloper van Femma de vrouwenafdeling was van het ACW in Vlaanderen: ze hebben als voornaamste taak de praktische ondersteuning van de partijbijeenkomsten, de catering en het opruimen achteraf.  En ze organiseren de ‘dag van de Angolese vrouw’ met standaard een modeshow van Afrikaanse kleding, kinderactiviteiten (meestal wedstrijdjes zaklopen), eten en dansen toe. Omdat we vader de man af en toe toch ook op zaterdag willen meemaken, gaan we met het hele gezin mee – als het kan en als het mooi weer is – naar de vergadering. Dat laatste is belangrijk omdat we lang moeten wachten tot het officiële gedeelte voorbij is en we die tijd vullen met wandelen, boodschappen doen en buitenspelen in de buurt van de vergaderzaal. Op een gegeven moment gaan ze (we) toch eten en dan kunnen we ons te goed doen aan die typisch Angolese lekkernijen die we zelf niet kunnen koken: een soort pasteitjes gevuld met garnalenpasta, funge (fufu), miudeza (gestoofd orgaanvlees), gegrilde vis(-senkoppen), taarten en één keer – tot verrukking van de kinderen – een heel speenvarken. Omdat ik een regelmatig opduikend gezicht ben in het entourage van de politieke activiteit heb ik ook een outfit gekregen om nog beter te integreren: een rood t-shirt met het symbool van de OMA – het profiel van een met geweer bewapende vrouw (heel Cubaans) - en een kanariegele hoofddoek. Ik voel me er een beetje ongemakkelijk in, maar de OMA’s staan er op. En ik doe ook wat een echte OMA vrouw doet: de MPLA ondersteunen. Aan de catering heb ik me - na één lauw ontvangen konijn met pruimen – niet meer gewaagd maar ik hanteer vlot de bezem en de plakband. En aangezien ik ook het makkelijkst in het Nederlands communiceer, valt mij niet zelden de eer te beurt de vergaderzaal te bezoeken.

Het politieke leven is mij toch al niet vreemd, ik kom uit een politiek en sociaal geëngageerd nest. Gek genoeg associeerde ik dat altijd met een brede belangstelling voor wat er in de maatschappij gebeurt, op lokaal, nationaal en internationaal niveau. Vandaar dat ik het zo merkwaardig vind dat mijn man niet eens doorheeft dat de krant wel degelijk vol staat van verkiezingen, zo vol dat de relatief onspectaculaire presidentsverkiezingen in Angola niet eens het vermelden waard zijn. Tenzij op 1 september de vlam in de pan slaat natuurlijk en dan krijgt een foeterende Américo toch weer gelijk dat Afrika alleen in het nieuws komt als het is om problemen te melden. Ik maak zijn desinteresse in de politiek van de landen waar hij woont goed door zowel de verkiezingsstrijd in Nederland (stembusgang 12 sept) als in België (stembusgang 14 okt) te volgen en de aanloop van de presidentsverkiezingen  in de VS, want hé, daar wordt toch wel even de next leader of the free World gekozen. En vier jaar geleden waren we met het hele gezin bijzonder ontroerd dat een kind uit een gemengd gezin het tot die plek schopte. Politiek gezien een bijzonder warme nazomer dus. Al staan we persoonlijk bij alle verkiezingen, van de Angolese tot de Amerikaanse, aan de zijlijn: we hebben namelijk nergens stemrecht, wat al het gedoe een beetje surrealistisch maakt. Maar dat is misschien een kenmerk van politiek in het algemeen. VIVA ANGOLA! VIVA O MPLA! A VICTORIA E CERTA!