Home
 

Kledij over de wereld

[title]

DOSSIER: MODE... IMPRESSIES KLEDIJ OVER DE WERELD
Samengesteld door Kristien Renckens

Is het niet zo dat, wij vrouwen, altijd geïnteresseerd zijn in kledij. We volgen de mode. We kijken naar anderen, we hebben er onze mening over. We vinden het raar als make-up er dik op ligt, terwijl wij het discreet ‘naturel’ houden. We staan verbaasd als onze schouders en benen bedekt moeten blijven. We voelen ons ongemakkelijk als we het niet zeker weten of een short wel of niet gepast is. We zijn verontwaardigd als een bepaald kledingstuk niet kan. Monokini schijnt intussen al lang niet meer ‘in’ te zijn. We zijn nieuwsgierig naar hoe het op een andere plek op onze aardbol is. Onze partners hebben er andere kijk op en vinden sommige kledingstukken ‘erover’ of net niet. Kortom: we vragen ons af wat schoonheidsidealen zijn hier en elders?

Deze thema’s kwamen aan bod tijdens onze gesprekken met de kleur-rijke dames van de kernvergadering. We besloten om er een thema aan te weiden… maar dat bleek een onuitputtelijke opdracht te zijn. Je kan kledij in de tijd belichten of je kan het in wereldregio’s belichten, zelfs een economische of religieuze invalshoek is mogelijk.

Bij de voorbereiding van deze nieuwsbrief besloot ik om mijn eigen interessegebied een beetje uit te diepen en te delen met jullie. Internet is er een ongelooflijke hulpbron bij het zoeken naar informatie. Ik ben vooral geïnteresseerd in de gewaden van vrouwen die ze over de wereld dragen enerzijds en ik vraag me af hoe dat nu zit met die Dutch Wax. Het schijnt trouwens dat deze prints namen hebben... dat verdient een zoektocht.

Veel hulp en informatie kreeg ik van de website van Vlisco in Helmond in Nederland. http://www.vlisco.com - Neem zeker een kijkje bij hun prachtige foto’s.

VROUWENGEWADEN... EEN GREEPJE UIT HET AANBOD

Ik ging eerst op zoek naar de prachtige gewaden van vrouwen over de wereld en ik was nieuwsgierig naar de benamingen. Wikipedia bracht me al enigszins op weg.

Een djellaba (Arabisch: جلابة) is een lang, losvallend gewaad met lange mouwen en vaak een soort capuchon. Hij wordt tot op de enkels gedragen en heeft meestal een neutrale kleur. Hij wordt met name in Marokko (Noord-Afrika) door mannen en vrouwen gedragen. Het is traditionele kleding voor Marokkanen.

In mijn zoektocht wilde ik ook weten welke benamingen voor welke hoofddoeken gebruikt worden en hoe ze gedragen worden.

Een kaftan is een lang traditioneel mannengewaad uit de landen ten oosten van de Middellandse Zee, zoals Turkije. De kaftans die gedragen werden door de Ottomaanse sultans vormen een van de meest waardevolle collecties van het Topkapi-paleis in Istanboel.

De sari is het bekendste kledingstuk dat door vrouwen wordt gedragen in India, Bangladesh, Nepal en Sri Lanka.

Een sari is een lap stof van vijf tot zeven meter lang en één meter breed die de vrouwen na enige oefening om zich heen slaan. Onder een sari wordt een onderrok (petticoat) en een kort bloesje (choli) in bijbehorende kleuren gedragen. De sari wordt rond de heupen geslagen en in de petticoat gestopt. Daarna wordt hij nog eenmaal rond het lichaam gedraaid en over één schouder geslagen. Het deel dat over de schouder hangt is vaak apart bewerkt en heet pallu.

De sari is vaak van katoen maar op een feest of bruiloft is hij ook wel van het duurdere zijde. De sari’s worden tegenwoordig ook steeds vaker van kunststof gemaakt omdat dat goedkoop te produceren is en qua uitstraling soms veel op zijde lijkt. Men kan bij de aanschaf van een zijden sari de brandproef uitvoeren om de echtheid vast te stellen.

De meeste sari’s zijn van een mooie stof met verschillende patronen erin geweven. Armere vrouwen hebben een kortere sari van minder mooie stof en gedrukte patronen. De kortere sari knopen ze meestal alleen om de heupen omdat hij anders te kort is.

Sari’s worden vaak in speciale winkels verkocht waar alleen sari’s te koop zijn.

Wat me ook interesseerde is die speciale stof uit West-Afrika:  De veelkleurige kente uit Ghana bestaat uit stroken waar de patronen zijn ingeweven. Deze vaak ongelijk ingewikkelde patronen hebben allemaal hun eigen naam en betekenis. Kente is van oudsher de dracht van de Ashanti en Ewe.

Een andere, typische Ashanti manier van stoffen decoreren is adinkra, een stempeltechniek. Hierbij worden lappen stof met behulp van uit kalebas gesneden stempels versierd met traditionele symbolen, elk met zijn eigen betekenis.

AFRIKAANSE STOFFEN... VEEL MEER DAN KLEURRIJKE MOTIEVEN

De Afrikaanse stoffen spreken tot onze verbeelding. We vinden ze mooi, kleurrijk, creatief, gemakkelijk in onderhoud en nog zoveel meer. We vinden het bizar dat de Afrikanen de Dutch Wax het van het vinden...

Met al deze bedenkingen in mijn achterhoofd, ging ik op zoek op het internet naar achtergrondinformatie hierover.

Wat een heerlijk leerrijke zoektocht! We wisten al wel dat vele stoffen ‘typische namen’ kenden, maar hoe die namen gegeven werden... dat was ons een raadsel.  We ontdekten de geschiedenis van deze stoffen en het bedrijf Vlisco in Helmond waar ze gemaakt werden.

Laat me je meenemen door mijn ontdekkingstocht.

Het textielbedrijf Vlisco in Nederland is hét bedrijf dat de bekende Dutch Wax ontwerpt, maakt en distribueert. Bij hen gingen we op zoek naar interessante achtergrondinformatie. De website heeft prachtige foto’s die we niet zomaar mogen overnemen. Ik raad je aan om een kijkje te nemen op hun website en eventueel een abonnement te nemen op hun nieuwsbrief (www.vlisco.com).

Voor de onderstaande tekst inspireren we ons in belangrijke mate op een brochure, geschreven door Ingelies Vermeulen, die werd uitgegeven naar aanleiding van de tentoonstelling Mouchoirs & Foulards: boerenzakdoeken (2008) in Nederland. Het bedrijf Vlisco speelde hierbij een aanzienlijke rol.

Een vleugje geschiedenis...

In de 19de Eeuw was het bewerken van katoen zware arbeid. Er ging een heel proces vooraf aan het bedrukken van katoen. Eerst moest het katoen schoon gemaakt worden in een wasserij. Ook bleken behoorde tot de taken. Allerlei producten werden gebruikt om de stof mooi wit te krijgen en de gele kleur te verwijderen. De arbeiders werkten in moeilijke omstandigheden in een vochtig en warme omgeving. Er was altijd gevaar voor het inademen van de chemische producten. Als iemand onwel werd, dan trachtten ze hem er met melk weer op krachten te brengen.

Na het bleken en voorbehandelen, was het tijd om het katoen te scheren. Het katoen moest ook uitgerokken worden. Dit gebeurde door het op speciale houten spanramen vast te maken. Als zowel de vorm als de kleur goed was, dan pas kon het drukken beginnen.

“De fabriek in Helmond had een blauw- en een roodververij en een dessinafdeling voor de patronen. Ook was er een graveer-afdeling waar de dessins in blokken uitgestoken werden.”

“Blokdrukken met de hand bleef tot 1993 een gewaardeerde techniek, maar er werd al vroeg ook mechanisch gedrukt. Vanaf de beginjaren gebruikten de drukkers ook perrotine-druk en een rouleaumachine. Deze machine is uitgevonden door Thomas Bell en bestaat uit twee walsen waar de stof tussendoor loopt. Het maken van de koperen rollen is tijdrovend en kostbaar. Perrotinedruk maakt gebruik van drukblokken die afwisselend op een verfkussen of op het doek worden gedrukt. Nadeel is dat die drukblokken vrij klein zijn, namelijk maximaal twintig vierkante centimeter.

De handdrukkers in de fabriek vormden een sociaal hechte groep met eigen gewoonten en tradities. Ze hadden een goede positie binnen de fabriek. Ervaring en een goed uithoudingsvermogen speelden een belangrijke rol bij het handdrukken. De drukkers werden per stuk betaald dus hoe groter de productie hoe meer loon. Hoe moeilijker het dessin of de stof hoe hoger de beloning. Het verhaal gaat dat sommige drukkers  ’s nachts met de hand buiten het bed sliepen omdat hun handen zo trilden na een lange dag kracht zetten. Aanvankelijk kocht de fabriek dessins in Parijs maar al snel ontstond er een eigen tekenafdeling. Vlisco is de eerste fabriek die daarvoor kunstenaars in dienst neemt. Van 1894 tot 1901 is de Art Nouveau kunstenaar Michel Duco Crop verantwoordelijk voor het ontwerp. Hij ontwierp in die jaren zo’n 25 dessins, vooral voor gordijnstoffen, die hij volgens wiskundige principes opbouwde uit bloemen, planten en dieren zoals bijvoorbeeld pauwen en herten.”

Batikken

“Batikken komt oorspronkelijk uit India, aan de kust van Coromandel. Al in de 13e eeuw werd het principe van deze wasdruktechniek in Java geïntroduceerd. Het woord batikken komt ook van het Javaanse (am)batik wat oorspronkelijk stippelen betekende. Bij het batikken worden de delen van het doek die ongeverfd moeten blijven met was bedekt. De was wordt in vloeibare, warme toestand op het doek gesprenkeld. Als de was is gestold, gaat de doek in een verfbad. Is de verf droog dan wordt de was verwijderd. Waar de was zat, is de stof niet gekleurd. Het zeer verfijnde craquelé-effect is typisch voor de gebatikte stof. Het maken van handgeschilderde batikstof is zeer tijdrovend en dus kostbaar.

In de tweede helft van de 19e eeuw begint Vlisco met export naar Nederlandsch-Indië. Via zijn oom hoort Pieter Fentener van Vlissingen dat er grote behoefte bestaat aan goedkope gebatikte sarongs, slendangs en hoofddoeken. Europese drukkerijen zien een markt voor imitatie-batikstoffen. Het dessin, inclusief batiklijntjes, wordt op het doek gedrukt door middel van een grote drukplaat. Aan het einde van de 19e eeuw gebeurt dat met de roldrukmachine: twee walsen drukken het patroon in hars snel en nauwkeurig op de stof. Deze lijmdruk raakt beter bekend als wasdruk of waxprint. De imitatie-batikstoffen zijn veel gelijkmatiger dan echte batik: het craquelé is overal hetzelfde en heeft haar grillige karakter verloren.

Maar door de goedkope prijzen vinden deze stoffen toch een afzetmarkt.”

Nieuw afzetgebied

“Als Nederlandsch-Indië  haar grenzen sluit voor imitatie-batik zoekt de directie van Vlisco naar nieuwe afzetgebieden. Al in de vroege Middeleeuwen waren rijke Afrikaanse heersers geïnteresseerd in luxe goederen uit Europa. Vooral textiel was erg gewild. Vanaf de Gouden Eeuw speelden de Hollanders een grote rol in het vervullen van dat verlangen. Ze verhandelden Indische stoffen aan de West-Afrikaanse kust. Het is dus niet zo gek dat ook de imitatie-batikstoffen hun weg naar Afrika weten te vinden. Het artikel raakt in trek als inheemse soldaten die tussen 1837 en 1872 in het Nederlandsch- Indisch leger hebben gediend terugkeren naar hun woonplaats rond Fort Elmina aan de Goudkust (het kustgebied van het huidige Ghana). Vooral de stoffen met de grovere breukeffecten vallen in de smaak. Wat ze in Nederlandsch-Indië  lelijk vonden, vinden ze in Afrika juist mooi.

Rond de eeuwwisseling verkoopt Vlisco de eerste khanga’s aan vrouwen in Kenia, Tanganyika en Zanzibar. Een khanga is een kledingstuk dat per twee werd verkocht: een lap voor om het middel en een voor om het hoofd. Het werd vooral gedragen door Mohammedaanse vrouwen. Het was een goedkoop artikel gedrukt op dunne doek met heldere, levendige kleurendessins die vaak een beetje kinderlijk aandoen. Zo was het duck-dessin erg populair.

Tegenwoordig staan de waxprints van Vlisco in Afrika voor kwaliteit en rijkdom. Vooral vrouwen en jonge meisjes uit de rijke Afrikaanse bovenlaag kopen en dragen de stoffen. In Afrika geldt haast nog sterker dan hier: wat je van ver haalt is goed. Door het dragen van Vlisco-stoffen laat je zien dat je geld kunt uitgeven. Als vrouwen zondags naar de kerk gaan dragen ze de stoffen zodat iedereen kan lezen dat ze ‘real Dutch wax’ dragen, een tekst die sinds 1963 in de stof wordt meegedrukt.

De stoffen hebben ook een bewaarfunctie. Hoe meer stoffen een vrouw heeft, hoe hoger haar maatschappelijke status. Hoe ouder het doek, hoe groter de waarde. Wanneer een oude dame overlijdt, laten haar nabestaanden haar stoffenverzameling zien. Deze zegt iets over de welstand van de overleden vrouw maar ook iets over haar karakter door de keuzes die ze maakte uit de verschillende stoffen. Vanaf 1946 maken de stoffen van Vlisco deel uit van de Afrikaanse cultuur.”

Inspiratie

“De oudste waxprints doen erg Indonesisch aan met draken en gestileerde bloemen. Maar al snel halen de tekenaars van de Vlisco-fabriek hun inspiratie uit andere bronnen. Onder leiding van het hoofd van de tekenkamer Johan Jacobs, chef tot 1951, trekken ze bijvoorbeeld naar het Koloniaal Instituut in Amsterdam voor hun inspiratie.

Jan Fentener van Vlissingen (1893-1978) trok in 1934 een tijd door West-Afrika. Daar bleek dat niet alleen het gebruikte dessin maar vooral ook de kleurencombinaties belangrijk zijn bij het succes van een bepaalde stof. Kleuren zijn belangrijke bouwstenen voor een goed dessin, maar de betekenis van kleuren wil nog wel eens verschillen. ‘In Europa is rood wel eens de kleur van de zonde en blauw die van de eeuwigheid.

In Afrika is het niet zo, daar is de kleur blauw zwak. Dat komt door de gelige schijn in de heiige atmosfeer.’ Aldus een oude uitspraak van Jan Fentener van Vlissingen. Hij regeerde de fabriek als een verlicht despoot en beschouwde zichzelf zowel als industrieel als artiest. De tekenafdeling was een beetje zijn kindje en hij mocht zelf ook graag ideeën aandragen voor stoffen. Een van zijn meest verkochte en beroemde dessins is de ‘Angelina’, ook wel het ‘sigarenbandje’ genoemd. Daar zijn heel wat meters stof van gedrukt. Het motief vond hij in een klein boekje over Koptische kunst.

Tegenwoordig halen de ontwerpers van Vlisco hun inspiratie veel uit het dagelijks leven en kunnen daarnaast gebruik  maken van het Vlisco-museum. Dat is een aparte afdeling binnen het bedrijf waar de historie bewaard wordt. Er liggen zo’n 13.000 items, waaronder veel oude staalboeken en historisch textiel. Niet alleen van Vlisco, maar ook van andere oude fabrieken. Het is de bedoeling dat een deel van deze collectie in de toekomst in een Helmonds museum te zien zal zijn. Jammer genoeg is de collectie op dit moment verder niet toegankelijk.”

Scala van dessins

“Een dessin verlaat de Vlisco-fabriek met een nummer. De ‘mammies’, lokale vrouwelijke handelaren, geven de stof een naam. De namen van de waxprints verwijzen naar personen en gebeurtenissen in het dagelijks leven. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld ‘Kom naar mijn slaapkamer op je sandalen’, ‘Het brein van Kofi Anan’ en ‘Het oog van mijn rivale’. Van een speciale groep stoffen wordt de naam gekoppeld aan lokale spreekwoorden en gezegden.

Deze dessins bieden de mogelijkheid kenbaar te maken wat meestal onuitgesproken blijft. Ze geven een stem aan vrouwen die lang niet altijd de mogelijkheid hebben zich in het openbaar uit te spreken.

Door het dragen van een waxprint kan de drager waarschuwen, beledigen, klagen, kleineren maar ook troosten.

De inventiviteit en originaliteit van de Nederlandse ontwerpen wordt in Afrika nog steeds gewaardeerd. Het scala van dessins is enorm: van abstracte kleurrijke patronen tot afbeeldingen van moderne voorwerpen als rollerskates en auto-onderdelen. Een voorbeeld daarvan is het dessin Six Bougies, dat in 1940 is ontworpen naar een idee van Nogueira, de Portugese agent in Belgisch Kongo. De stof is al in de oorlog gedrukt, maar pas verscheept tegen het einde van 1945. Six Bougies valt op dat moment in een volledig opgedroogde markt en kent een onmiddellijk succes. Het ontwerp is symbolisch:  iemand die rijk is kan het zich veroorloven in een zescilinder auto te rijden. In de volksmond krijgt het dessin echter een geheel andere betekenis. De dame in het midden van het doek zou van wanten weten en zes mannen ‘aankunnen’.

Een ander zeer geliefd dessin in Belgisch Kongo was Zoba Zoba wat stukjes betekent. Het is samengesteld uit verschillende, meestal bekende, dessins. Met zo’n jurk gaf de draagster aan dat zij alle daarin verwerkte dessins in haar bezit had. De vrouwen gebruikten de Zoba Zoba als wandelende toonkamer.”

GEMENGDE BRUILOFT
Geschreven door Leen Sterckx

In juni was ik te gast op een gemengde Congolees-Nederlandse bruiloft. Het is altijd interessant om eens te kijken hoe andere mensen zoiets organiseren, misschien levert het nog ideeën op voor als het ooit eens onze beurt is echt te gaan trouwen, met alles er op en er aan. Overigens kende ik het bruidspaar niet. Ik was als een soort zwaan-kleef-aan meegekomen om als gezelschap te dienen voor de nieuwe vriendin van een vriend van Americo die dan weer een goede vriend was van de vader van de bruid. Dat is overigens niet zo raar vanuit Afrikaans perspectief, en voor wat ik tot nu toe van dergelijke feesten heb meegekregen iets waar je, als je ooit trouwt met een Afrikaan(se), in ieder geval vanuit moet gaan: dat er een onbestemd aantal mensen zal komen partycrashen. Ik heb die schuld nu bij voorbaat al geïnd, zou je kunnen zeggen.

Eén ding gaan we alvast niet overnemen, denk ik, of we moeten de lotto winnen: het feest vond plaats in een balzaal met de afmetingen van een voetbalveld, met veel klatergoud en kristallen kroonluchters. Voor de rest viel het wel mee met het chicheidsgehalte, maar die zaal was wel een binnenkomer van jewelste.

Er vielen mij drie grote verschillen op in de feeststijl van de Congolese achterban enerzijds, en de Nederlandse anderzijds: in timing, in eten en in kleding. Toen wij arriveerden, omstreeks 23.00u, waren wij de early arrivals van Afrikaanse kant. De familie van de bruid liep al bedrijvig rond, maar de bulk van de overige donkere gasten kwam pas rond middernacht binnen. Tegen die tijd begonnen de eerste onderdelen van het Nederlandse gezelschap, met name die met kleine kinderen, alweer naar huis te gaan. De kinderen hadden tegen die tijd bedtijd waarschijnlijk al zover gerekt dat ze er een hele week last van zouden houden (de kinderen van de ‘andere kant’ hadden daar schijnbaar minder last van, want die sprongen om drie uur ’s nachts nog enthousiast over de dansvloer).

Het Nederlandse buffet was dan ook al behoorlijk geplunderd, zodat ik me voor wat ik over verschillen in eten betreft baseer op de restjes op de waarschijnlijk minst populaire schalen. Nu moet ik hier ook wat uitleg geven over Nederlandse trouwfeesten: het is al heel wat als daar inderdaad eten wordt geserveerd (de eerste keer dat ik dat meemaakte, dacht ik toen er om één uur ‘s nachts  broodjes werden uitgedeeld, ‘eindelijk gaan we eten’. Wat had ik het mis. Dat was de ‘oprotkoffie’, om eventueel beschonken chauffeurs nog wat maagvulling en cafeïne te geven voor ze zonder pardon op straat worden gezet). De restjes evenwel betroffen de typische Nederlandse feesthapjes als daar zijn: halve plakjes worst, gevulde eieren en blokjes kaas op een prikkertje met een augurkje. Verder waren er eerder op de avond ongetwijfeld bitterballen, mini-loempia’s en andere gemengde gefrituurde partysnacks, wat hier te lande ‘bittergarnituur’ wordt genoemd. We hebben er niet van kunnen proeven, omdat het zoals gezegd al op was. Het Congolese buffet werd op dat moment nog maar pas de zaal ingedragen. Ook daar hadden ze uitgepakt: oliebollen, gefrituurde bakbanaan, geroosterd geitenvlees met kikuangua (gefermenteerde maniok) en vissenkoppen. Het was verrukkelijk, al kan ik over de vissenkoppen niet meespreken: ik blijf onverbeterlijk de voorkeur geven aan het lijf van een vis om te eten boven de kop. Dat heeft te maken met ‘het mondgevoel’ waar ze op kookprogramma’s op tv zo lyrisch over kunnen doen.

Het meest vielen me echter de verschillen op in wat Nederlandse en Afrikaanse vrouwen verstaan onder ‘(op)gekleed zijn’. Er waren geen Nederlandse vrouwen (wel mannen) in spijkerbroek en ze hadden ongetwijfeld hun allermooiste en meest ‘geklede’ outfit aan. Ik zag veel pakjes en jurkjes met kant in gebroken wit en andere milde pasteltinten. Hier en daar een subtiele geborduurde bloemenrank. De donkere vrouwen verschenen daarentegen ‘in gala’, in lange avondjurken in spetterende kleuren, bezaaid met glitters, veren en nepdiamanten in het haar. En niet te vergeten op hakken van minstens acht centimeter. Ik twijfel er niet aan dat de jurken stuk voor stuk goedkoper waren dan de ensembles van de Nederlandse dames, maar de laatsten staken bij deze glitter en glamour ronduit sjofel af. Het mooiste vond ik een familie (tenminste, daar ga ik van uit) waarvan alle vrouwen een jurk droegen in dezelfde stof – een dutch wax met groen-blauwe print – maar allemaal in een verschillende snit. De één een kokerrok met een soort queue, de ander een zeemeermin-model, een rok met laagjes ruche... en de heren, waaronder een aantal witte exemplaren, hadden een das in dezelfde stof. Daar was over nagedacht! Ze hadden zo een Vlisco reclame kunnen opnemen rond die familie.  En ik zelf? Ik wist natuurlijk al een beetje wat ik kon verwachten, dus ik had mijn tuniek van gedrapeerde glansstof in een bescheiden champagne-kleur aan, kwestie van niet teveel uit de toon te vallen. Wel een hakje, maar meer dan vier centimeter kan ik niet aan. Toch denk ik elke keer wanneer ik door de Offerandestraat in Antwerpen loop dat ik me eens een Afrikaanse bruiloft-outfit moet kopen. Alleen maar voor die gelegenheden. Want eigenlijk zou een mens daarvan moeten profiteren, een kans om ongegeneerd de prinses uit te hangen en helemaal over de top te gaan met palletjes.

SPREKENDE STOFFEN UIT DE IVOORKUST
Bron: http://stemmenvanafrika.nl/sprekende-stoffen-uit-de-ivoorkust 6 april 2013 • by Tineke Dijkstra

Betekenis wordt niet alleen gecreëerd door taalgebruik in de vorm van spreken. Dat idee zien we terug in talen die eigenlijk geen of beperkt gebruik van spraak maken (bijvoorbeeld drumtalen), maar ook bij het idee dat er betekenis schuilt achter verbeelding. Hierbij kun je denken aan schilderkunst of fotografie, maar ook aan kleding.

Voor de Anyi, een subgroep van de Akan uit het oosten van de Ivoorkust, staan spreekwoorden centraal in het publiekelijk spreken. Zij noemen deze ajendera. Naast dat deze gedrumd en gesproken worden, kunnen ze ook teruggevonden worden als namen voor bijvoorbeeld huisdieren, sieraden, haarstijlen en kleding. We richten ons voor nu op deze laatste om te kijken hoe er betekenis wordt gegeven aan kleding, in dit geval door middel van spreekwoorden. Het is belangrijk te onthouden dat dit slechts één voorbeeld is van deze manier van communicatie in het westen van Afrika.

Via een breed oraal netwerk hebben Anyi vrouwen ajendera toegekend aan stoffen die op de markt verkocht worden, ook al zijn ze geïmporteerd. De stoffen worden in grote lappen verkocht en hebben vaak indrukwekkende kleurrijke patronen.
Ondanks het feit dat mannen de stoffen ook dragen, zijn vrouwen de grote afnemers. Vaak worden de stoffen in drie lappen tegelijk gekocht zodat deze als een set (van een rok, bovenstuk en hoofddoek) gedragen kunnen worden. Ook worden ze soms vermaakt tot kleding in een meer westerse stijl. Door een stof met een specifieke naam te kiezen kan de vrouw in kwestie verschillende boodschappen uitzenden. Zo kan ze haar co-vrouw beledigen, klagen naar haar man of zelfs troost bieden aan de nabestaanden van een overledene.
Voor de Anyi wordt betekenis gevormd in lagen en de persoon die de eerste, meest duidelijk uitgesproken betekenis aan de kant kan schuiven om de onderliggende laag te ontdekken, wordt als intelligent beschouwd. Zowel mannen als vrouwen zijn bekend met de spreekwoorden en de codes om deze uit bepaalde stoffen te halen en kunnen zo de boodschappen ontrafelen.

Spreekwoorden als namen voor stoffen zijn geen recente ontwikkeling bij de Akan. In de tijd voordat commerciële, in fabrieken bedrukte stoffen overal beschikbaar waren, hadden de patronen van handgeweven stoffen ook al namen die afgeleid waren van spreekwoorden, bepaalde (belangrijke) personen of gebeurtenissen. De namen lieten toen ook vaak zien wie wel of niet een bepaald patroon dragen kon.

Toen fabrieksstof, nu ook geproduceerd in Afrika en niet alleen geïmporteerd uit Europa, beschikbaar kwam op markten, nam de populariteit daarvan toe. Deze stoffen hebben soms betekenissen die erg duidelijk zijn, ook voor buitenstaanders die de codes voor de patronen niet kennen. Dit komt omdat er in de ontwerpen zo nu en dan gebruik wordt gemaakt van portretten of afbeeldingen die verwijzen naar een bepaald persoon, een politieke beweging of een belangrijke gebeurtenis. Deze gaan vaak samen met patronen en symbolen en soms zelfs slogans die de afbeelding ondersteunen. Over het algemeen hebben stoffen echter patronen waarvan de bijbehorende betekenis niet voor iedereen gelijk overduidelijk is. In dat geval moet je een deler van de code zijn om de waarde van zo’n stof in te kunnen schatten. Het zijn daardoor vaak ook deze stoffen die beschouwd worden als het meest interessant om te ontcijferen, omdat ze een soort ontwijkende vorm van communicatie mogelijk maken en als mysterieus beschouwd worden.

De naam van een stof wordt gegeven door de persoon die deze verkoopt (vaak een vrouw!), in het openbaar gebracht door zij die deze kopen en dragen en vervolgens “gelezen” door de omgeving, die je als het ware als het publiek kunt beschouwen. Omdat de betekenis, ondanks de codes, niet geheel universeel is, is een bepaald niveau van deskundigheid en kennis van lokale gebeurtenissen en verhoudingen van belang om de betekenis goed te ontcijferen. De boodschap die een naam geeft kan vrij neutraal zijn (en bijvoorbeeld verwijzen naar het letterlijke patroon en niet per sé naar een metafoor, zoals de naam “Corn and Groundnuts” – “Maïs en aardnoten”), maar kan ook een complexe associatie oproepen (zoals namen die verwijzen naar de rivaliteit tussen co-vrouwen). In dat laatste geval gaat het vaak over de namen die traditionele spreekwoorden bevatten. Deze refereren naar de symbolische of metaforische betekenis van een patroon. Zo verwijzen onregelmatige cirkels bijvoorbeeld naar de uitwerpselen van koeien, een open mand naar geroddel (letterlijk naar een open mond die van roddelen houdt) en twee vogels die elkaar aankijken naar jaloezie.

De boodschappen worden erg serieus genomen door zowel zender als ontvanger, waardoor deze vorm van communicatie een enorme impact kan hebben. Door sommige vrouwen wordt dit zelfs als doeltreffender gezien dan een verbale confrontatie.

Een van de voordelen van het spreken met stof is dat een mening straffeloos kan worden overgebracht. Net zoals liederen en verhalen zijn ajendera officieel niet per sé gericht aan één persoon. In theorie zou iemand niet meer aanstoot moeten nemen aan een spreekwoord dan aan een volksverhaal. Daarnaast geldt in dorpse gemeenschappen waar mensen samenleven met weinig privacy vaak een soort van etiquette waarin duidelijk wordt welke patronen vrijgesteld zijn van belediging. Op dat moment geldt het dus dat de persoon die zich aangesproken voelt door een patroon, door een geïmpliceerde boodschap, hij of zij zichzelf het slachtoffer maakt en de zender van de boodschap niet aangeklaagd kan worden.
Naast dit voordeel geldt ook dat deze stoffen een bepaalde boodschap langere tijd uitzenden dan een drum- of gesproken taal. Zo lang als de stof gedragen wordt zal de boodschap herhaald en daardoor continu gelezen en geïnterpreteerd worden.

Belangrijke thema’s terug te vinden in de stoffen zijn: huiselijke geschillen, rivaliteit, lijden en onrecht. Veel stoffen lijken te refereren naar situaties waarin de zender eigenlijk machteloos is om openlijk te handelen of spreken. Bijna vanzelfsprekend is dit waarom veel vrouwen deze stoffen gebruiken, omdat hun recht van spreken vaak gelimiteerd is in samenlevingen als die van de Anyi. Dit betekent echter niet dat de stoffen niet door mannen gebruikt kunnen worden, want ook zij mogen, zeker ook in huiselijke kringen, lang niet altijd alles uitspreken.

De namen kunnen een schat aan culturele informatie zijn omdat ze bijvoorbeeld de Anyi ideeën over recht en onrecht uitdrukken. In namen als “Give your suffering to God” (letterlijk “Geef je lijden aan God”) is ook duidelijk een religieus aspect te vinden.

LEUKE & GRAPPIGE WEETJES OVER DE AFRIKAANSE TEXTIEL-MOTIEVEN

Waarom zijn de stoffen van groot belang voor de Afrikaanse cultuur?

Veel mensen in Afrika kunnen niet lezen of schrijven simpelweg omdat hen dat niet geleerd is. Daarnaast heerst er een taboe op het publiekelijk spreken over seks, huwelijk of geëmancipeerde vrouwen. Vrouwen onderling spreken erover, mannen ook, maar naar elkaar verloopt die communicatie stroef en behouden. Dat gat in communicatie wordt gedicht door de stoffen die vrouwen aantrekken. Er zijn honderden verschillende stoffen die ieder een andere uitspraak, wijsheid of gezegde belichamen. Door de gedragen jurken gaat voor de Afrikanen een wereld aan communicatie open.

Het dessin van de “six bougies”

Één van de oudste stoffen van Vlisco heeft het dessin van zes bougies. Dit patroon werd in Nederland ontworpen, omdat de eerste zes cilinder auto op de Europese markt verscheen. De stof werd naar Afrika gebracht waar het de emancipatie van de vrouw belichaamt. Het dessin werd zo weergaloos populair dat iedere man, na een maand hard werken, al zijn geld bij elkaar sprokkelde om zijn vrouw een strook of stukje van de Zes Bougies cadeau te doen, opdat ze het in haar kleding kon verwerken. Vandaag de dag dragen vrijgezelle vrouwen de Zes Bougies met de boodschap: ik heb geen hulp nodig, ik kan zes mannen tegelijk aan. De stof heeft een seksuele lading gekregen. Net als vele andere dessins.

Het dessin Kwame Nkrumah in Ghana

Een andere stof is roze met gouden kriebels erop. Deze stof kreeg de naam: Kwame Nkrumah, de naam van de eerste Ghanese president. De opdruk doet denken aan de kriebels van een pen, die in verband worden gebracht met Kwame Nkrumah, omdat hij de eerste grondwetten voor Centraal Afrika schreef. Het cadeau doen van deze stof illustreert de boodschap: werk hard, leer veel en je zult tot grootse dingen in staat zijn. Moeders geven deze stof aan hun kinderen wanneer ze voor de eerste dag naar school gaan.

BOEKENTIPS

Bij de voorbereiding van de nieuwsbrief deed de redactie een oproep bij enkele redactieleden. Het antwoord was te mooi, dat het zonde zou zijn om het te bewerken of herschrijven. Daarom werd het bijna integraal overgenomen in nieuwsbrief.

From: Kristien Renckens
Sent: 15 September 2013 21:08
To: Brigit Kennis; Corinne Schrauwen; Sterckx, Leen
Subject: boekentip kleding?

Hey dames,

Heeft iemand leuke boekentips voor de nieuwsbrief? Thema: kledij?

Grtz, Kristien

Van: Sterckx, Leen
Verzonden: maandag 16 september 2013 11:22
Aan: Kristien Renckens;
Onderwerp: RE: boekentip kleding?

Ik denk spontaan aan
"De langverwachte", van Abdelkader Benali. Dat is een magisch-realistische roman over een gemengde relatie vanuit het perspectief van het ongeboren gemengde kind in de buik van de moeder. Er komt in ieder geval een passage in over een jurk, die de ouders van de Marokkaanse vader van het kind bij elkaar brengt.

En "De zwarte met het witte hart" van Arthur Japin, is in ieder geval een aanrader hoewel het niet meteen draait om een gemengde relatie . Wel gaat het over zwart zijn in een witte samenleving en nergens meer thuis horen wanneer je wit wordt van binnen. Kleding speelt daarin een grote rol als metafoor voor de blanke en de Afrikaan.

Maar je kan het ook zo lezen: het gaat over de twee Ashanti prinsjes Kwame en Kwasi die worden meegenomen naar Nederland in een soort overeenkomst tussen de Nederlandse koning en de Ashanti koning. Ze groeien op in een pleeggezin in Leiden en mogen af en toe op de thee bij de koninklijke familie. Kwasi voelt zich helemaal thuis in de witte wereld (hij is de uiteindelijke zwarte met het witte hart), studeert in Leiden, wordt zelden geconfronteerd met het feit dat hij zwart is en er dus niet bij hoort. Hij is verliefd op prinses Sophie. Kwame heeft het moeilijker om zijn draai te vinden en als ze ouder worden krijgen ze steeds meer ruzie over hun verschillende benadering van het leven als zwarte in Nederland. Kwame gaat terug naar 'huis', hij moet zijn vader opvolgen. Maar eenmaal terug in Ghana wil zijn vader hem niet ontvangen want hij is teveel vervreemd van zijn cultuur. Hij kent de taal niet meer. Hij mag niet meer terug naar Ashanti-land en blijft hangen in het fort van de Nederlanders aan de kust. Daar begint hij doeken te batiken met patronen uit de Ashanti verhalen over de spin Anansi. Hij weeft zijn eigen Ashanti kleed. Uiteindelijk wordt hij helemaal gek en pleegt zelfmoord, en het weven van dat kleed is daarmee verbonden. Kwasi komt in Nederlands Indië terecht. Hij is niet meer schattig en wonderlijk in de ogen van de Nederlandse elite en die zit met hem in zijn maag: hij kan natuurlijk niet echt aanspraak maken op dezelfde privileges als een blanke. Hij wordt min of meer verbannen naar de kolonie waar hij een gezin sticht met een inheemse. Ook hij wordt hoe langer hoe verbitterder en de vraag blijft open wie de beste manier had om met zijn witte hart om te gaan: Kwame of Kwasi.

Het is heel mooi en ontroerend maar ook wel erg droevig. In dezelfde sfeer heeft Japin het boek 'De Overgave' geschreven over een blanke meisje in Noord Amerika dat als kind ontvoerd wordt door Indianen. Ze wordt helemaal indiaans. Haar oma geeft de zoektocht niet op en weet haar uiteindelijk op te sporen. Die gaat haar dan redden van de indiaanse invloed, iets dat de jonge vrouw helemaal niet wil. En het komt er allemaal uiteindelijk op neer dat de Amerikanen haar ook niet meer terug willen, ze is bezoedeld door haar omgang met de indianen. De verteller is de oma, die uiteindelijk moet afrekenen met haar eigen vooroordelen over de verschillende rassen.

Dat zijn alvast even mijn boeken tips.
groetjes
Leen

Meer info ivm beide boeken vind je op:
http://www.bol.com/nl/p/de-langverwachte/1001004005947916
http://www.bol.com/nl/p/de-zwarte-met-het-witte-hart/1001004010300610