Home
 

Huwelijksmigratie

[title]

THEMA: LOVING DAY

PARTNERMIGRATIE
Leen Sterckx

Onder ‘partnermigratie’ verstaan we: de migratie van een man of vrouw vanuit een derde land (een land van buiten de EU) naar België in het kader van een liefdesrelatie met een in België gevestigde partner. Veel leden van Kleurrijk kregen er in het begin van hun relatie mee te maken. Soms leerden ze een man kennen tijdens een vakantie, studie, (vrijwilligers)werk of stage in zijn land van herkomst. Nog vaker ontmoetten ze de man in kwestie in België en begonnen ze aan de procedure om voor hem een verblijfsvergunning aan te vragen als haar partner. Mannen met een buitenlandse vrouw overigens, leren hun partner vaker kennen in het buitenland, vrouwen met een buitenlandse partner leren die vaker kennen in België (De Hart 2003). Tegelijk kunnen we vermoeden dat mannen en vrouwen in dat opzicht steeds meer gelijk worden: vrouwen maken steeds vaker verre reizen en gaan in het buitenland liefdesrelaties aan met plaatselijke partners. Het vervolg kunnen we zien in allerlei smakelijke TV programma’s als “Grenzeloos Verliefd” (en in Nederland, waar ik woon, ook “Vakantieliefdes”, “Buitenlandse bruiloft”, “Exotische liefde”, “Liefs uit...” en de mannelijke variant “From Russia with love”. Je kan vrijwel elke week wel een programma zien, het hele jaar door. Jullie missen wat!)

Om één of andere reden spreken vooral de gemengde transnationale relaties van witte vrouwen met niet-westerse mannen tot de collectieve verbeelding, maar laat dat nu juist de minderheid zijn. De belangrijkste herkomstlanden van partnermigranten zijn nog steeds Marokko en Turkije (Desmet, Leys en Ronsijn 2011). De partnermigranten uit deze landen komen meestal voor een huwelijk met een herkomstgenoot die al eerder naar België kwam of hier is geboren. 33% van de partnermigranten komt oorspronkelijk uit Marokko, 10% komt uit Turkije. Belgische mannen, vervolgens gaan veel vaker dan Belgische vrouwen een migratiehuwelijk aan en hun partners komen vooral uit een aantal specifieke landen in Zuidoost-Azië, Oost-Europa en Zuid-Amerika. Uit die landen komen zoveel vrouwen voor een autochtoon Belgische man (en vrijwel geen mannelijke huwelijksmigranten), dat ze ook wel ‘bruiddonorlanden’ worden genoemd. Van de bruiddonorlanden zijn de voormalige Sovjetunie, Brazilië, Thailand en de Filippijnen de belangrijkste. China is sterk in opkomst. Dit zijn de vrouwen die in de volksmond vaak ‘postorderbruiden’ genoemd. Een onbekend aantal van deze relaties komen inderdaad tot stand via de bemiddeling van een internationaal datingbureau of datingsites via het internet en hebben een zeker ‘postorder’ gehalte. Maar ook deze relaties komen tijdens vakanties of werk in het buitenland tot stand. Deze koppels moeten ook opboksen tegen de vooroordelen die er heersen over (mannen met) postorderbruiden.  De buitenlandse partners van Belgische vrouwen komen relatief vaak uit Noord of West-Afrika, uit landen als Egypte, Tunesië, Marokko, Ghana, Nigeria etc. Turkije en Brazilië zijn ook ‘populair’. Alles samen komt 12,6% van de partnermigranten uit subsahara Afrika, maar die komen ook vaak naar  herkomstgenoten die al eerder naar België zijn gemigreerd.

Een groot deel van de migratiehuwelijken betreft dus koppels van dezelfde culturele achtergrond. In de landen van Noord-Afrika en het Midden-Oosten hebben volkeren een zekere culturele voorkeur voor huwelijken binnen de familie of uit de naaste omgeving van de familie. Dat is niet zo bijzonder: in landbouwsamenlevingen over de hele wereld is dat een strategie om landbouwgrond en kuddes die worden overgeërfd, bij elkaar te houden. Historisch kwam het ook bij ons voor, maar een verbod van de Katholieke Kerk op neef nicht huwelijken maakte daar een eind aan. In Nederland waar veel boerengemeenschappen protestants zijn, komt het nog wel voor en ook de Islam verbiedt deze praktijk niet. Neef nicht huwelijken zijn in het hele verspreidingsgebied van de Islam nog redelijk ‘gewoon’ en komen zelfs vaker voor als het een huwelijk betreft tussen bijvoorbeeld (nazaten van) Turkse en Marokkaanse migranten in Europa en mannen en vrouwen uit hun land van herkomst. Dat komt ook voort uit het feit dat familiehuwelijken kunnen dienen om familieleden te helpen emigreren. Vaak was de emigratie van de eerste generatie een collectieve inspanning van de hele familie en staan de emigranten bij hun achtergebleven broers en zussen, neven en nichten in het krijt en een migratiehuwelijk (van jouw kinderen met hun kinderen) is een manier om die schuld in te lossen. Ook gaan er aanzienlijke bedragen om bij het arrangeren van een bruiloft, in de vorm van de bruidsschat, de kosten van het feest zelf en het goud dat aan de bruid moet worden geschonken. Zeker wanneer er een (zogenaamd rijke) emigrantenfamilie één van de partijen is. Binnen de familie trouwen, zorgt er dan voor dat dit bezit ook binnen de familie blijft (Timmerman 2008). Maar ook als het geen familiehuwelijk is, hebben jongeren van Turkse en Marokkaanse origine die in Europa zijn opgegroeid een voorkeur voor iemand van een familie die lijkt op die van henzelf (Sterckx en Bouw 2005). Tot voor kort meenden ze die vooral te kunnen vinden in de jongens en meisjes van hun ouders dorp van herkomst. Tot slot liggen ook steeds vaker vakantieliefdes met een partner uit het land van oorsprong aan de basis van Turkse en Marokkaanse migratiehuwelijken. Het ‘trouwen uit Turkije of Marokko’ is de afgelopen tien jaar echter sterk afgenomen.

Trouwen met iemand van zo nauw mogelijk overeenstemmende achtergrond, uit het land van herkomst is niet voorbehouden aan migranten uit moslimlanden. Het komt bij heel veel migranten voor. Ook in het verleden reisden emigranten terug naar hun land van herkomst om een bruid te zoeken of ‘bestelden’ er eentje uit een soort catalogus. Tijdens ons bezoek aan het Red Star Line museum vertelde onze gids (zie elders in deze nieuwsbrief) over Vlaamse jongens van rond de vorige eeuwwisseling, die wanneer ze eenmaal in Amerika waren gesetteld, contact opnamen met hun familie of de pastoor van het dorp waar ze vandaan kwamen om een meisje te vinden dat bereid was om naar Amerika te emigreren en met hen te trouwen.

Net als toen zijn er vandaag de dag strenge toelatingsvereisten voor nieuwe migranten. Tenminste, soms zijn het de migranten die aan eisen moeten voldoen, bij partnermigratie moeten met name ook de residenten (de in België gevestigde partners) allerlei voorwaarden vervullen. De resident is in belangrijke mate verantwoordelijk voor zijn of haar partner. In deze nieuwsbrief zijn meerdere artikelen opgenomen die verband houden met de toelatingsprocedure voor partnermigranten. Waaronder de controle op schijnhuwelijken. Uit onderzoek in Nederland is gebleken dat wederom vaker witte vrouwen met een niet-westerse partner in het vizier zijn bij de controle op schijnhuwelijken (De Hart 2003). Een van de redenen heeft zijn oorsprong in het feit dat de partners van Belgische vrouwen zo vaak al op een andere manier of op andere gronden naar Europa kwamen. Zeker bij die relaties verdenkt men de man ervan dat hij een naïeve en verliefde vrouw uitbuit met het oog op een verblijfsvergunning. Natuurlijk zitten er ‘rotte appels’ tussen, maar er is geen reden om te vooronderstellen dat vooral Belgische vrouwen daar slachtoffer van worden: het een en ander is inherent aan het systeem.

En dan, diverse visumaanvragen, grenscontroles, politieverhoren, stempels in paspoorten verder, begint het leven in België. Dat leven is lang niet altijd ‘lang en gelukkig’. Partnermigranten ondervinden specifieke moeilijkheden in hun eerste jaren in België. Maar daarover meer in een volgende nieuwsbrief.

Desmet, G., Leys, D. en W. Ronsijn (2011) Partnermigratie van derdelanders naar Vlaanderen en Brussel. Een kwantitatieve en kwalitatieve studie in opdracht van de Vlaamse Overheid en het Europees Integratie Fonds. https://biblio.ugent.be/publication/1943226

Hart, B. de (2003) Onbezonnen vrouwen. Gemengde relaties in het nationaliteitsrecht en vreemdelingenrecht. Amsterdam: Aksant.

Sterckx, L. en C. Bouw (2005) Liefde op Maat. Partnerkeuze van Turkse en Marokkaanse jongeren, Amsterdam: Spinhuis.

Timmerman, C. (2008) Marriage in a ‘culture of migration’: Emirdag marrying into Flanders. European Review: Interdisciplinary Journal of the Academia Europaea / Academia Europaea, Vol. 16, nr. 4, pp. 585-594.

GEMENGDE HUWELIJKEN VANUIT JURIDISCH PERSPECTIEF
Silvija Bašić | Juriste, verbonden aan de stad Antwerpen

In tijden waar internationale mobiliteit doodgewoon is en mensen van overal met elkaar verbonden zijn via het internet en wereldwijde netwerken, zijn gemengde relaties een gegeven.

Hoe sterk de liefde ook is,  een gemengd huwelijk sluiten doe je niet zomaar. Tussen droom en daad staan vaak vele wetten in de weg, naast praktische bezwaren.

Zodra 2 mensen met verschillende nationaliteit met elkaar in het huwelijksbootje willen stappen, zullen ze allerlei keuzes moeten maken en hordes moeten nemen, de ene al moeilijker dan de andere.

Het huwelijk zelf

Eerst en vooral: waar willen ze huwen? En waar mogen ze huwen? De regels die bepalen welke gemeente in België bevoegd is, staan in het burgerlijk wetboek.

Als een huwelijk in België mag plaatsvinden, moeten eerst allerlei documenten overgemaakt worden.

Al deze stukken zijn eenvoudig voor te leggen als het gaat om twee Belgen, maar het wordt vaak bijzonder moeilijk als een van beide uit een land komt waar de gevraagde stukken niet zo vanzelfsprekend zijn. Een geboorteakte bekomen bijvoorbeeld, is niet in elk land even eenvoudig. Niet in elk land worden geboortes secuur geregistreerd en niet in elk land zijn er performante registers, denk maar aan landen in of na een burgeroorlog.

Bovendien moeten buitenlandse akten, om in België waarde te hebben, worden gelegaliseerd, of voorzien van apostille en vertaald door een beëdigd vertaler.  De legalisatie is een bevestiging dat de handtekening van een buitenlandse ambtenaar, of een stempel of een sticker, echt is. Een apostille is een iets eenvoudiger te vervullen vormvereiste. Legalisatie gebeurt echter op de  bevoegde Belgische ambassade of consulaat. Soms betekent dit heel concreet  dat mensen zich duizenden kilometers moeten verplaatsen, soms zelfs naar een ander land moeten gaan, om deze formaliteit te vervullen.

En zelfs als je er in slaagt om alle documenten voor te leggen, dan is het nog niet zeker dat je zal mogen huwen. De Belgische ambtenaar van de burgerlijke stand kan, eventueel na advies van de Procureur des Konings, weigeren om een huwelijk te voltrekken als ’uit het geheel van de omstandigheden blijkt dat de intentie van minstens één van de echtgenoten kennelijk niet gericht is op het totstandbrengen van een duurzame levensgemeenschap, maar enkel op het bekomen van een verblijfsrechtelijk voordeel dat verbonden is aan de staat van gehuwde’.

Er is al vele jaren sprake van grote politieke aandacht voor schijnhuwelijken, omdat een huwelijk vaak de enige toegangspoort is tot migratie naar ons land. Volstrekt vreemden zullen de verloofden elk afzonderlijk aan de tand voelen over hun relatie, over hun intenties, over hun gezamenlijke geschiedenis en nog veel meer. Een onderzoek schijnhuwelijk doen  is geen eenvoudige opdracht want men moet peilen naar de intenties die de mensen hebben. Met andere woorden, men moet in het hoofd gaan kijken van de mensen. Onvermijdelijk volgen daaruit vaak betwistingen, die moeten beslecht worden door rechters, die de verloofden uiteraard ook niet kennen.

Als het huwelijk in het buitenland werd afgesloten moet de huwelijksakte door België erkend worden als zijnde een geldig huwelijk. Dit kan gebeuren door zowel de ambtenaar van de burgerlijke stand, ter inschrijving van een huwelijk in het bevolkingsregister, als door de Dienst Vreemdelingenzaken, in het kader van een aanvraag gezinshereniging. Soms zullen ook zij (laten) onderzoeken of het wel om een geldig huwelijk gaat. Het is zelfs zo dat verschillende ambtenaren tegenstrijdige beslissingen kunnen nemen over het al dan niet geldig zijn van een huwelijk. Zo kan je in het rijksregister gekend zijn als zijnde gehuwd terwijl de aanvraag gezinshereniging afgewezen werd wegens een vermeend schijnhuwelijk.

Na het huwelijk, het verblijf

Als men er in is geslaagd om alle hindernissen te overwinnen voor wat betreft het afsluiten van een voor België geldig huwelijk, hier of elders, dan is er de kwestie, waar ga je als koppel samenleven?

Als een koppel hier willen komen wonen, omdat een van hen een Belg is of een niet-Belg met verblijfsrecht, dan moeten ze voldoen aan de regels omtrent gezinshereniging.

De wetgever heeft er in 2011 voor gekozen om de regels voor gezinshereniging voor echtparen danig te verstrengen. In vele gevallen zal gezinshereniging met de echtgeno(o)t(e) onder meer pas mogelijk zijn als de partner die het recht op gezinshereniging opent,  stabiele en toereikende bestaansmiddelen heeft om te vermijden dat men ten laste valt van het OCMW. Concreet moet je aantonen inkomsten te hebben die hoger zijn dan 1307,78 euro, netto. En men moet oordelen dat het gaat om inkomsten die voldoende stabiel van aard zijn.

Deze regel geldt niet voor EU-burgers die gebruik maken van het vrij verkeer. M.a.w. een Belg die zijn echtgenote naar hier wil halen, zal 1307,78 euro inkomsten moeten kunnen bewijzen. Een Nederlander die hier ingeschreven is, hoeft dat niet te bewijzen.

Voldoet iemand aan de voorwaarden voor gezinshereniging, zal hij de juiste procedure moeten volgen. Een aanvraag gezinshereniging gebeurt afhankelijk van het geval hier op de gemeente of in het buitenland. De duurtijd voor de behandeling van de aanvraag varieert, maar duurt toch een aantal maanden tot een jaar of meer. Als de binnenkomst in België afhankelijk is van de goedkeuring van de visumaanvraag, dan moet een koppel geduld aan de dag leggen. En dan hopen dat de aanvraag wordt toegestaan en dat je niet in beroep moet gaan bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, wat ook een hele poos kan duren.

Problemen?

Het is zeker niet zo dat elk gemengd echtpaar juridische obstakels treft op haar pad, maar als het zo is dan geef ik de raad om u goed te informeren over de mogelijkheden, de te nemen stappen, en de rechten die je hebt.

De wetgeving is vaak complex, en biedt niet altijd pasklare antwoorden op een bepaald probleem. Neem een advocaat gespecialiseerd in Vreemdelingenrecht of Internationaal privaatrecht, of neem contact op een met een gespecialiseerde organisatie in je buurt. Veel nuttige info over dit onderwerp vind je op www.vreemdelingenrecht.be.

IN KNACK VERSCHEEN... “SCHIJNHUWELIJKEN:
VERLIEFDE VROUWEN, DAT IS HET ERGSTE WAT ER BESTAAT”

Bron: Knack - 06/11/2013 om 06:41 - Bijgewerkt op 05/11/2013 om 15:30

Voor illegalen is het zowat de enige overgebleven piste om makkelijk aan Belgische papieren te raken, maar ook deze achterpoort wordt steeds strenger gecontroleerd. Twee politievrouwen getuigen deze week in Knack over hun jacht op schijnhuwelijken.

Komen zogenaamde 'grijze huwelijken', waarbij een van de partners oprecht verliefd is, vaak voor?

Coremans: Ja. Een echt schijnhuwelijk is duur, we horen bedragen van 7000 à 9000 euro. Er wordt in schijven betaald: 2000 bij het sluiten van de deal, 2000 na het bezoek aan de burgerlijke stand, de rest als de verblijfsvergunning in orde is. Niet iedereen kan dat betalen. Wie geen geld heeft en toch aan papieren wil komen via een huwelijk, moet proberen hier een partner te versieren. Meestal zijn het de mannen die de vrouw manipuleren, al kan het ook andersom - ik heb zelfs al twee grijze homohuwelijken onderzocht.

Grijze huwelijken leiden vaak tot schrijnende toestanden. Na drie jaar kan men scheiden zonder de voordelen te verliezen die aan het huwelijk gekoppeld waren - denk aan de verblijfsvergunning maar ook aan sociale zekerheid of een uitkering. Dus wat zien we vaak gebeuren? Na drie jaar en één dag trapt manlief het af, in sommige gevallen blijft de vrouw zelfs achter met een kind. Bébés papiers, ze zijn een nieuwe trend. Kinderen worden speciaal verwekt om een schijnhuwelijk te doen slagen.

Hoe bewijs je dat een gepland huwelijk grijs is?

Coremans: Dat is erg moeilijk, want ze weten hun slachtoffers te kiezen. Vaak gaat het om oudere vrouwen die in de puree zitten. Twee keer gescheiden, werkloos met een stel kinderen, eenzaam en snakkend naar affectie. Of anders pikken ze er jonge meisjes uit die hun hele leven in een instelling hebben gezeten en nooit liefde hebben gekregen, die vallen voor de eerste de beste donjuan.

Moet je zo'n vrouw niet op andere gedachten brengen?

Coremans: Dat is sneller gezegd dan gedaan. Verliefde vrouwen, dat is het ergste wat er bestaat, die zijn voor geen rede vatbaar. Tránen dat er tijdens zo'n gesprek vloeien. Ik heb altijd een doos Kleenex op mijn bureau staan, op het einde van de week is die leeg.

Calie: Ik ben daar hard in. 'Mevrouw,' zeg ik, 'bekijk nu eens die twee foto's. Gelooft u nu echt dat die bink verliefd is op u, terwijl er zo veel jonge, knappe meisjes rondlopen?' Maar zoals Wendy zegt: ze willen niet luisteren. (ER)

Het volledige verhaal over de jacht op schijnhuwelijken leest u op www.erikraspoet.be.

DE REACTIE VAN LEEN STERCKX, OP HET ARTIKEL IN KNACK

Leen is socioloog en lid van Femma Kleur-rijk, een groep van en voor Belgische vrouwen in een bi-culturele relatie, reageerde op dit artikel.

Als Belgische vrouw in een relatie met een buitenlandse man en tevens onderzoeker op het gebied van migratiehuwelijken, ben ik bekend met de vooroordelen die er over ‘mijn soort’ relatie bestaan. Toch vond ik het schokkend te lezen hoe twee Brusselse politiemensen zich laten leiden door stereotiepe beelden bij de ‘jacht op schijnhuwelijken’ en hoe vanzelfsprekend legitiem zij dit vinden, getuige hun uitlatingen in het interview.  Er bestaan zonder twijfel schijnhuwelijken waar Belgische vrouwen en hun kinderen het slachtoffer worden van een berekenende buitenlandse man. Toch zijn er goede redenen om te stellen dat het wel wat minder mag, deze stereotypering van het schijnhuwelijk. In de eerste plaats, omdat zo de ‘grijze huwelijken’ die niet aan het stereotiepe plaatje beantwoorden, maar waarin wel degelijk slachtoffers in de maak zijn, door de mazen van het net glippen. Controleurs die gespitst zijn op de ‘naïeve blanke vrouw met een doortrapte niet-westerse man’ hebben hoogstwaarschijnlijk een blinde vlek voor grijze huwelijken waarin een Belgische man wordt misleid door een buitenlandse vrouw. En er zijn vooralsnog in absolute aantallen veel meer gemengde relaties van Belgische mannen dan van Belgische vrouwen, waarin dit mogelijk aan de orde is. Ik verwacht van deze politiemensen al helemaal geen gevoeligheid voor situaties waarin de buitenlandse partner misleid wordt door een kwaadwillende Belgische man of vrouw. Buitenlandse vrouwen én mannen die met de beste intenties een relatie zijn aangegaan waarin ze kwetsbaar zijn voor misbruik en uitbuiting omdat ze voor hun verblijfsrecht afhankelijk zijn van hun Belgische partner, bestaan ook...

In het interview worden Belgische vrouwen die een relatie aangaan met een niet-westerse man door de geïnterviewde politieambtenaren en door Erik Raspoet volledig gediskwalificeerd: ze zijn onaantrekkelijk, dom en verblind door verliefdheid; je moet ze kortom niet serieus nemen. Hun partners zijn per definitie onoprecht, volgens Coremans en Calie, en dat op basis van het feit dat ze voor een in hun ogen onaantrekkelijke vrouw kozen. Met betrekking tot Turken en Marokkanen wordt in het interview gesteld dat ‘liefde en huwelijk cultureel bepaalde concepten’ zijn. Mag ik ‘vrouwelijk schoonheidsideaal’ aan dat rijtje toevoegen’? Blijkbaar bestaat het niet dat mensen andere kenmerken dan een slanke lijn en rechte tanden waarderen in een partner en er zijn geen andere motieven voor een huwelijk dan de zuivere liefde. Zouden de politievrouwen een willekeurig huwelijk van twee Belgen langs diezelfde meetlat durven leggen?

Ook het argument dat het bewijs dat het om een schijnhuwelijk gaat, is geleverd wanneer mijnheer na drie jaar en één dag de benen neemt, houdt geen steek. Schijnhuwelijken zijn inherent aan een systeem waar het huwelijk een van de weinige manieren is waarop niet-westerse buitenlanders toegang kunnen krijgen tot een leven in Europa. In de statistieken zijn huwelijken van westerse vrouwen met niet-westerse mannen inderdaad kampioen In de statistieken zijn huwelijken van westerse vrouwen met niet- westerse mannen inderdaad kampioen echtscheiding en inderdaad is er een piek na de periode waarin de buitenlandse man voor zijn verblijf afhankelijk is van zijn echtgenote. Daar zijn echter andere verklaringen voor dan ‘zie je wel: schijn’. Ook veel relaties van twee Belgen lopen binnen de drie jaar stuk met als verschil dat er dan nog niet is getrouwd. Gemengde paren trouwen vaker en sneller: dat is vaak de enige manier om rechtmatig met de buitenlandse partner in België te kunnen samenleven. Cultuurverschillen en verschillende opvattingen over man-vrouwverhoudingen zorgen er bovendien voor dat velen, die indertijd oprecht verliefd en met de beste bedoelingen in het huwelijksbootje stapten, er binnen de drie jaar achter komen dat ze niet samen kunnen leven. Als ze het nog enigszins met elkaar kunnen vinden komen ze dan niet zelden overeen om te wachten met de scheiding, tot de buitenlandse partner in aanmerking komt voor zijn zelfstandige verblijfsvergunning. Want misschien gun je hem nog wel dat hij in Europa kan blijven om bijvoorbeeld zijn kind te zien opgroeien, wat weer een andere invalshoek is op de ‘bébés papiers’. Zouden we contact houden met een kind, na echtscheiding, of zelfs bijdragen aan de opvoeding, zo onredelijk vinden als de vader een blanke Belg was?

Ondertussen mogen Belgische vrouwen in een gemengde relatie en hun partners zich bij de controle op schijnhuwelijken verwachten aan een grondige schending van hun privacy, aan vragen die we in alle andere omstandigheden onbehoorlijk zouden vinden en mogen ze klaarblijkelijk worden geschoffeerd door de politieambtenaren die een oordeel moeten gaan vellen over hun toekomst.

Het artikel met als ondertitel ‘Verliefde vrouwen, dat is het ergste wat er bestaat’ draagt bij aan de negatieve stereotypering van vrouwen in een gemengde relatie en hun partners. Zoveel kans krijgen we niet om blind te zijn van verliefdheid. Of denken de politievrouwen werkelijk dat ze de eersten zijn die aan een blanke vrouw met een niet-westerse man de vraag stellen, of het hem niet om de papieren te doen is? Opboksen tegen dit soort vooroordelen is voor ons dagelijkse kost. Wat niet wegneemt nogmaals, dat het voor ons schokkend was vast te moeten stellen dat ambtenaren - van wie we toch mogen verwachten dat ze enige objectiviteit betrachten in hun beoordeling van mensen -  juist zonder gene de meest kwetsende vooroordelen als uitgangspunt nemen.

Met vriendelijke groet
Leen Sterckx

EEN GETUIGENIS VAN EEN MOEDIGE, KLEURRIJKE VROUW

We waren al enige tijd samen, hij en ik. Hij West-Afrikaan, ik West-Europeaan.

Maanden genoten we van wat was: we praatten, we kookten, we deden dingen. Samen zijn was gewoon goed, het was  gezellig, het was veilig.

Wij hadden het gewoon goed samen, we namen het zoals het kwam. Niets hoefde, niets moest. Het was niet ons doel om ‘voor eeuwig en altijd’ samen te blijven. Trouwen was voor niets nodig.  We zouden wel zien hoe het zou lopen.

We leerden veel boeiende dingen van mekaar, we maakten samen dingen mee, we ontdekten mekaars achtergrond  en we waren nieuwsgierig naar de culturele verschillen en gelijkenissen. Een leven lang samen blijven, dat was niet ons opzet. Gewoon leven in het hier en nu. Zoals zovele koppels starten, toch?

Toen kwam die akelige brief: zijn verblijfsvergunning was vervallen. Paniek? Wat nu? Alles werd overhoop gehaald… We moesten ineens dingen beslissen, keuzes maken.
Tranen vloeiden langs alle kanten...

Veel bi-culturele koppels gaan uit elkaar. Wat gaf ons meer kans op slagen? Ik zag de kansen niet. Ik wilde het niet. Ik vertelde hem dat hij voor een leven alleen moest kiezen, hij moest voor zijn eigen weg kiezen, niet op mij rekenen, niet van mij afhangen. Die verantwoordelijkheid wilde ik niet dragen. Hij was jong genoeg om te gaan en staan waar hij wilde. Trouwen brengt verplichtingen mee en een soort levenslang engagement. Dat hoefde voor mij niet.

We gingen uit elkaar. Ieder zijn eigen weg. Hij ging terug naar West-Afrika, nee, niet naar zijn eigen land, dat was te gevaarlijk, een buurland was veiliger. Het was een moeilijke situatie. Af en toe een telefoontje, verder verdriet en stilte. Het was afgelopen. Dit mooie liedje had niet lang geduurd.

Maanden gingen voorbij. Plots, via heel wat omzwervingen kwam hij terug naar West-Europa.

De ontmoeting om elkaar terug te zien was onbeschrijflijk: emotioneel, verwarrend, complex. Hoe moest dit nu verder? Wat voor kans maakten me? Wat wilden we eigenlijk?

Eén ding was duidelijk: als we samen wilden blijven, kon dit enkel door te huwen. We waagden de stap en klopten aan bij een advocaat. Veel kans maakten we niet want onze ‘case’ was veel te zwak. Maar het was onze enige kans, dus startten we de procedure, we zouden wel zien. We kenden elkaar intussen lang genoeg om te weten wat we aan mekaar hadden.

In de loop van de procedure werd ik zwanger. Onverwacht verhoogde dat onze kans op een mogelijkheid om te huwen. Daar hadden we geen rekening mee gehouden.

De communicatie met de overheid verliep tergend langzaam. Intussen werd ons kindje geboren. Tijdens de aangifte stelden we plots een groot probleem vast om het kindje te laten erkennen door mijn partner, haar vader. Het enige wat we konden doen was een brief schrijven naar ‘de procureur’ om te vragen hoe de vork in de steel zat.

Een interview voor schijnhuwelijken volgde. Om de beurt mochten we binnen voor het interview terwijl de andere bij onze baby bleef. We hadden niets te verbergen, behalve misschien het feit dat hij ook tewerk was gesteld zonder over de nodige papieren te beschikken, maar verder was ons ‘verhaal’ eerlijk en oprecht. Ze mochten het gerust allemaal weten.

De vragen die gesteld werden gingen diep in onze privé: over het eten, over afspraakjes maken, over het delen van activiteiten, over wie kent wie, ... Zo vroegen ze of hij al in mijn familie was geweest. Ja hoor, we hadden pas een familiefeest gehad, waar hij met mijn oom gepingpongd had. Oef, dat vertelden we allebei. Kortom: we moesten over zovele dingen iets zeggen, waar je eigenlijk nooit over bevraagd wordt, laat staan geïnterviewd.
We voelden ons in ons blootje gezet. Wij moesten alles bewijzen en meedelen. We moesten aantonen dat we een leven deelden met elkaar. Tegelijk moesten we uitkijken dat we dezelfde dingen vertelden, zoals over zijn job. Wat was een goed antwoord? Naar wie of waar ging de informatie? Wat zou er met dit dossier gebeuren? Waar zouden onze namen overal bekend staan? Welke informatie werd gebruikt om iets te bewijzen of aan te tonen? En ja hoor: de vraag over het werk volgde ook. We zeiden allebei dat hij niet werkte omdat hij geen papieren had. Ik ging door de mand toen ze zeiden dat het geen kwaad kom om de waarheid te zeggen, dat ze de informatie niet aan andere diensten doorgaven. Hij bleef zeggen dat hij niet werkte omdat het niet ging zonder arbeidsvergunning. Wat zou er nu gebeuren met deze verschillende informatie?

Ons kindje was een ‘bewijs van de liefde’ of een bewijs dat we een relatie hadden, een bewijs dat we echt iets deelden. We hoefden gelukkig niet te zeggen wanneer we ‘het’ de laatste keer deden.

Onze case werd geaccepteerd. Enkele weken later kregen we toestemming om te mogen huwen. Nochtans met de waarschuwing dat ‘als blijkt dat de informatie niet correct is’, we hiervoor gestraft zouden worden.

We zijn intussen meer dan tien jaar later: we praten, we koken, we doen dingen. Samen zijn is gewoon goed, het is gezellig, het is veilig. Dit is onze thuis, nog steeds.

Ik vraag me af waarom het zo moeilijk moet zijn.

Hoe zou het geweest zijn als onze relatie na enkele jaren toch stuk liep? Als het niet zou gelukt zijn? Zouden ze dan zeggen: zie je wel, hij heeft haar gebruikt. Hij heeft haar ingepakt? Hij wilde trouwen om de papieren? Hij wilde trouwen voor het geld?
Zou de procureur andere koppels minder kansen geven? Ja wellicht wel: want de statistieken zijn er. Een gemengd koppel moet nu eenmaal meer drempels overbruggen... de eerste jaren toch.

Waarom moeten we als mixed-koppel onze liefde of onze vriendschap of ons samenzijn bewijzen? Het creëert een druk op ons koppel-zijn. Je lijkt je tegenover de wereld te moeten bewijzen en je kan niet, zoals andere koppels, zoeken naar een mooi evenwicht in je relatie.

En niet te vergeten: eigenlijk wilden we niet trouwen. We wilden gewoon samen zijn, maar onze regelgeving liet het niet toe. Een trouwboekje bepaalt of de vader van je kindje mag blijven of niet. Een trouwboekje bepaalt of je met iemand van een ‘ver’ land kan samen zijn en blijven.

Zovele mannen en zovele vrouwen zien mekaar gewoon graag. Ze willen, net zoals andere koppels, gewoon samen zijn en samen blijven. Het zou fijn zijn als de procureur en zijn achterban daar ook rekening mee zouden houden.

KLEUR-RIJK EN DE RELATIE

We realiseren ons dat veel koppels in een gemengde relatie door een fase gaan waarin het toelatingsbeleid m.b.t. partners allesbepalend is. Dat ze met vragen zitten, twijfels, spanningen, veel ups en downs doormaken in de loop van de procedure. Toch richten wij, Kleur-rijk, ons vooral op de periode daarna, die van het samen leven als multicultureel koppel of gezin.

Wij zijn geen experts op het gebied van de wetgeving: daar zijn andere instanties voor. Veel mensen hebben iets aan de website www.buitenlandsepartner.nl die vooral gericht is op Nederland, maar ook informatie geeft over de Belgische situatie. Zij hebben het voordeel dat een aantal vreemdelingenadvocaten aan de basis lag van hun werking. Die zijn vooral op dat juridische terrein actief met raad en daad. Wij hebben die expertise niet en willen mensen vooral niet verkeerd informeren.

Daarnaast gaan wij er van uit dat er ook een "en daarna" is. Onze kracht ligt meer bij koppels die in België samenleven of ex-partners uit gemengde relaties, want we weten uit (eigen) ervaring dat het met het verkrijgen van een verblijfsvergunning niet gedaan is met vragen, twijfels, spanningen, downs en ups.